
Terracotta penning
Anton Adriaan Mussert werd geboren
op vrijdag 11 mei 1894 te Werkendam. Zijn roepnaam werd Adje, later Ad. Het
gezin Mussert bestond uit vijf kinderen, drie jongens –Jo, Max en Anton,
die respectievelijk veertien en twaalf jaar jonger was dan zijn broers – en
twee meisjes, Leni en Coby. Coby, de jongste, kwam vierjaar na Anton. De
Musserts stamden uit Brabant en heetten oorspronkelijk Mutsaerts naar de
monniken van het klooster en die vanwege de kappen die zij droegen in de
volksmond zo werden genoemd. De familie was Rooms Katholiek, maar terwille
van zijn vrouw, verliet vader Mussert het geloof van zijn vaderen en werd
Nederlands hervormd. Mussert kwam voort uit een
conservatief liberaal milieu. Sinds het laatste kwart van de vorige eeuw
vertoonde het liberalisme twee stromingen: die van de vooruitstrevende
jong-liberalen en de oud-liberalen, die zichzelf de vrije liberalen
noemden; zij hielden vast aan het oorspronkelijke credo dat elk dirigisme
afwees.

De conservatieve liberalen droegen
heimwee met zich mee om aan vroeger, toen zij, staat, economie en cultuur in
hun zak hadden gehad, als mede rancune tegen de eigenlijke situatie, vooral
tegen het parlementaire stelsel; zij koesterden met andere woorden autoritaire
sentimenten die na de Eerste Wereldoorlog de kop opstaken. Zij verenigden zich
in de bond van Vrije Liberalen of Vrijheidsbond. De vader van Mussert (Johan)
was hier lid van. Zijn zoon Anton later eveneens.
Maria
(Rie) Witlam
Maria Witlam de zuster van Antons
moeder, was de nakomeling in het kinderrijke gezin van de Enkhuizense schilder
Maarten Witlam en Helena Bazaan. Zij ging in de verpleging, werd particulier
verpleegster, onder meer bij een hoge functionaris van de Bataafse Petroleum
Maatschappij, met wie zij ook naar het toenmalige Nederlands-Indië trok en van
wie zij later een legaat ontving. Toen haar neef Ad thuis kwam uit militaire
dienst en geruime tijd het best moest houden, nam zij de taak op zich om hem te
verplegen. Zij was toen achtendertig en nog een ‘zeer appetijtelijke vrouw’.
Anton was na de dood van zijn vader sterk vereenzaamd en door zijn ziekte
gedeprimeerd. Het draaide er op uit dat de neef en zijn achttien jaar oudere
tante met elkaar naar bed gingen. En dit was niet zomaar een min of meer
terloops incident, het was de ouverture tot niets minder dan een huwelijk.
Ingenieur
Op 5 juli 1918 ontving Mussert het
diploma van civiel ingenieur met de zeldzame onderscheiding ‘met lof’. Een
prestatie die nog meer glans kreeg door het feit dat zijn studie een drietal
onderbrekingen had gekend: in 1913 door de geestelijke depressie die volgde op
de dood van zijn vader, in 1914 toen hij onder de wapenen was en in 1915 door
ziekte. Met ingang van 1 september 1918 werd Mussert benoemd tot ingenieur aan
de Dienst Sluisbouw te IJmuiden, de latere Noordersluis. Veertien dagen na
Mussert verscheen nog een jonge ingenieur bij de Dienst Sluisbouw: Josephus
Jitta. Van meet af aan konden ze goed met elkaar overweg. De echtparen Mussert
en Jitta woonden tien minuten gaans van elkaar. Één avond in de week kwamen ze
bij elkaar voor een ‘kletsbridge’. Mussert altijd hartelijk en gastvrij, was
zeer gesteld op zijn vriend en diens vrouw. Rie Mussert niet minder.
Per 1 mei 1920 trad Mussert in dienst van
de provinciale waterstaat van Utrecht. Hij had gesolliciteerd, omdat daar de
promotiekansen beter lagen dan bij de rijkswaterstaat; de hoofdingenieur,
jonkheer Ram, ging binnen afzienbare tijd met pensioen en dan was Mussert, zo
werd hem bij het sollicitatiegesprek te verstaan gegeven, de aangewezen
opvolger.
Mussert werd per 1 november 1927 benoemd tot hoofdingenieur.
Met zijn drieëndertig jaar was hij de jongste hoofdingenieur van het land.
In zijn nieuwe functie kreeg Mussert allereerst te maken met een wegenplan
voor de provincie Utrecht. Zijn voorganger had hiervoor al een ontwerp
gemaakt. Onder Musserts leiding werd het verbeterd en uitgevoerd. Als een
der weinigen voorzag hij een toekomst van druk autoverkeer. In verband
daarmee ontwierp hij bredere wegen dan oorspronkelijk gepland was. Dat
stuitte op bergen verzet bij het bestuur van provincie en diverse
gemeenten. Als hoofdingenieur werd hij met zijn neus op het wezen van de
democratie gedrukt: leken hebben zeggenschap, beslissen zelfs over werk van
deskundigen. Voor Mussert, die van huis uit toch al zo weinig liefde voor
de democratie had meegekregen, een bron van ergernis. Mussert had aan den
lijve ondervonden hoe in het democratisch bestel onoordeelkundigen
beslisten over personen en zaken, plannen vertraagden of tegenwerkten,
aldus afbreuk doend aan het algemeen belang. Er was verband tussen de
ingenieur van vandaag en de politicus van morgen.

Ontslag
Op 30 december 1933 verklaarde de
regering Colijn de NSB verboden voor ambtenaren. Het verbod trof niet alleen de
NSB in het algemeen, die vijf procent van haar leden verloor, maar ook de
leider in het bijzonder. Des gevraagd kreeg hij van het Utrechtse
provinciebestuur te horen dat hij per 1 mei 1934 ontslagen werd, als hij zijn
lidmaatschap niet opzei. Mussert deelde mede dat hij in de NSB bleef, al kostte
het hem zijn baan, ‘omdat ik het in strijd met mijn eer en plicht zou vinden,
indien ik anders zou handelen’. Het ontslag verleende het aureool van
martelaarschap, een image van moed en zelfloochening die de verering van zijn
persoon bij vele volgelingen tot ongekende hoogte opstuwde. In een tijd waarin
het aantal werklozen naar de vierhonderdduizend liep, was een baan, vooral een
vast ambtelijke functie, van nauwelijks te schatten waarde. Op 30 april 1934
verliet Mussert voor het laatst het gebouw van de provinciale waterstaat. De
werkelijkheid was dat Mussert alleen maar voordelen had van zijn ontslag:
praktische en financiële voordelen en prestigewinst.
Verdrag
van België
Op 3 april 1925 ondertekenden de
Nederlandse minister van buitenlandse zaken Van Karnebeek en zijn Belgische
collega Hymans in Den Haag een ontwerpverdrag dat voorzag in betere
scheepvaartverbindingen voor Antwerpen over Nederlands grondgebied door een
kanaal naar Moerdijk en één naar Ruhrort en in vergroting van de Belgische
invloed op de Schelde. De langdurige onderhandelingen die hieraan vooraf waren
gegaan, waren een uitvloeisel van de vredesbesprekingen te Parijs, waar België
in 1919 de grote mogendheden had verzocht Nederland tot vergaande concessies te
dwingen. Mussert voerde vooral bezwaren van waterstaatkundige en economische
aard tegen dit verdrag aan, maar hij besloot met een puur politieke uitval: het
verdrag was een verlengstuk van de vrede van Versailles en achter de Belgische
eisen stak het Franse imperialisme dat verantwoordelijk was voor al het onrecht
van die vrede. Het is de grote verdienst van Mussert geweest – ‘een dynamische
figuur die zich voor dingen warm maakte en er dan ook wat aan deed’ – dat hij
de verspreide protesten heeft gebundeld en uitgebouwd tot een formidabele buiten-parlementaire
actie. Hiervan was hij de onvermoeibare organisator en stimulator.
Nationaal
Comité van Actie
Er werd een Nationaal Comité van Actie
opgericht, waarvan Mussert behalve de ziel ook de secretaris was. Mr. Luden,
president-commissaris van de Nederlandse Bank, een bekende, zij het slappe
figuur, was tot voorzitter gekozen om het comité cachet te verlenen.
Uiteindelijk werd het verdrag met België op 24 maart 1927 door de Eerste Kamer
afgekeurd, tot grote vreugde van Mussert.
Dietse
Bond
Aan zijn optreden tegen het Belgisch
Verdrag hield Mussert het lidmaatschap van de Dietse Bond over die in 1917 was
opgericht onder anderen door Van Vessem met wie hij op voet van zakelijke
vriendschap kwam te staan en die bij de actie tegen genoemd verdrag groot
prestige had verworven. Doel van de Bond was het propageren van de
Groot-Nederlandse gedachte, de opsplitsing van België langs de taalgrens en
staatkundige vereniging van Nederland en Vlaanderen – en een cultureel aspect
dat meer aanhangers had dan het eerste en dat culturele samenwerking tussen
beide gebieden nastreefde.

Embleem van het Verbond van
Nationalisten Mussert met
standaard op het Hagespraak terrein.
De
standaard van Mussert.
De standaard van Mussert leek verdacht
veel op het embleem van het Verbond van Nationalisten. Een gepantserde vuist
houdt een pijlenbundel vast. De vuist van het VVN wijst naar voren; de vuist
van de standaard wijst naar links.
Verbond van Nationalisten (VVN).
In 1928 was door dr. C.H.A. van der
Mijle, arts in het Brabantse Heeze, en de PTT ambtenaar C.J. van Eijsden een
Verbond van Nationalisten opgericht. Dr. Van der Mijle was een eigenaardige
dilettant-politicus, die vanaf 1923 leider was geweest van een ‘Nationale Bond
voor Bezuiniging’ en, met een verbazende hardnekkigheid, bij allerlei
verkiezingen met een eigen lijst opgetreden. Van Eijsden was lid geweest van
het Verbond van Actualisten en bracht een aantal andere oud-actualisten mee in
het nieuwe VVN. De naam van het blad dat het VVN ging uitgeven, De Nieuwe
Vaderlander, wijst erop, dat het nieuwe verbond zich min of meer als erfgenaam
van het VVA wilde presenteren. In de praktijk was hun ‘nationalisme’ voornamelijk
een negatief begrip: anti-socialistisch, anti-communistisch en
anti-pacifistisch.
Nationalistische Garde.
In augustus 1930 werd een
Nationalistische Militie (later herdoopt in Nationalistische Garde) opgericht,
die de aandacht trok door vechtpartijen en blijkbaar zozeer de goedkeuring
verwierf van de Duitse nazi’s, dat het VVN (Verbond van Nationalisten) in 1931
werd uitgenodigd om in Duitsland de opbouw van de SA te komen bestuderen!
Commandant van de Nationalistische Garde, afdeling Haarlem, werd C.J.A. Kruyt.
Het Verbond van Nationalisten werd
ook wel de voorloper van de NSB genoemd.
Het Verbond voor Nationaal Herstel.
Van de fascistische en
rechtsautoritaire partijen was Het Verbond voor Nationaal Herstel, in 1933 de eerste
partij met aanhang van enige betekenis. Het Verbond stelde zich ten doel de
nationale gedachte te bevorderen. Het was een extreem nationalistische,
militaristische en kolonialistische organisatie.

Aardewerk profiel van generaal Snijders, afm: ±25 x
Generaal C.J. Snijders
Het initiatief tot zijn oprichting werd genomen door de
oud-opperbevelhebber van land- en zeemacht uit de Eerste Wereldoorlog, generaal
Snijders, in de herfst van
Cornelis Jacobus Snijders, werd geboren in het Zeeuwse Nieuwe
Tonge op 29 september 1852. Na de HBS, die hij niet af had gemaakt, volgde hij
een opleiding als genie-offcier op de Koninklijke Militaire Academie te Breda.
In 1874 nam hij deel aan de tweede expeditie naar Atjeh. Terug in Nederland
belandde hij uiteindelijk bij de generale staf. In 1914 werd hij op 31 juli
benoemd tot opperbevelhebber van gehele Land- en Zeemacht, hij was toen reeds
62 jaar.
Pro-Duits
Snijders was de mening toegedaan dat wanneer Nederland gedwongen zou worden om
aan de oorlog (W.O.I) deel te nemen, het de kant van Duitsland zou moeten
kiezen. Een strijd tegen het sterke Duitse leger achtte hij ‘doelloos’. Het gerucht
ging dan ook dat de generaal pro-duits zou zijn geweest, maar het was niet meer
dan een militaire afweging die hem tot zijn standpunt had gebracht. Trouwens de
stemming in Nederland was over het algemeen meer anti-Engels dan anti-Duits.
Dit had te maken met het brute optreden van de Britten in de Boerenoorlog in
Zuid-Afrika tegen Nederlandse afstammelingen. Zijn standpunt had hem wel in
conflict gebracht met het kabinet Cort van der Linden dat hem wilde ontslaan
wegens defaitisme. Koningin Wilhelmina hield hem het boven zijn hoofd en hij
mocht aanblijven. Toen er echter door zijn toedoen ongeregeldheden uitbraken in
een legerkamp bij Harskamp, kwam het alsnog tot het eervolle ontslag van
Snijders op 11 november 1918.
Na de oorlog bleef Snijders zeer actief, zo heeft hij aan de basis gestaan van
de Militaire Luchtvaart afdeling die in 1913 was opgericht, de voorganger van
de Koninklijke Luchtmacht. Hij verzorgde talloze publicaties en reisde diverse
malen naar Nederlands Indië. In de jaren dertig ging hij voor korte tijd de
politiek in via het Verbond voor Nationaal Herstel. In 1933 werd Snijders als
lijsttrekker verkozen tot de Tweede Kamer voor het Verbond voor Nationaal
Herstel. Hij stond zijn zetel echter af aan William Westerman.
Zocht het Verbond eerst nog contact met de NSB, in de latere
jaren zag het Verbond voor Nationaal Herstel in de NSB een bedreiging. Afgebeeld: 1. Brief gericht aan Dr. H.H.A. van Gybland Oosterhoff,
leider van het VNH. 2. Kaartje gebruikt bij de verkiezingen van 1937. 3. Deelnemersdiploma oftewel lidmaatschapskaart. 4. Draagspeld.

Meer dan een actiecomité, voor de verkiezingen van 1933 uit de grond
gestampt, was deze partij niet, een échte partij zou zij nooit worden. Het
Verbond voor Nationaal Herstel zocht nog voor de Tweede Kamerverkiezingen, die
op 26 april zouden plaats vinden, contact met de NSB en de Nationale Unie om te
trachten met een gemeenschappelijke lijst uit te komen. De onderhandelingen
leverden echter geen resultaat op.
Een ander bekende gepensioneerde officier die lid was van
Nationaal Herstel was H.A. Seyffardt, luitenant-generaal b.d. Hij was
voorzitter va de afdeling van Nationaal Herstel, afdeling ’s Gravenhage (1937).
A.J.W. Harloff Vanuit het Nationaal Herstel ging
nog een vooraanstaande Nederlander over naar de NSB en wel A.J.W. Harloff,
voormalig resident van Soerakarta, begin twintiger jaren werd hij lid van
de Raad van Indië te Batavia. Als resident van Soerakarta was hij begin
jaren twintig gastheer van Louis Couperus. In zijn boek
"Oostwaarts" noemt Couperus Harloff een geboren heerser en
diplomaat. Terug in Nederland sloot Harloff
zich aan bij het Verbond voor Nationaal Herstel en zat o.a. met generaal
C.J. Snijders in het Comité van Initiatief van dit verbond. Hij schreef
voor het orgaan van Nationaal Herstel, genaamd De Rijkseenheid, o.a. een
artikel over het communistische gevaar in Nederlands Indië. Binnen de NSB werd A.J.W. Harloff
gemachtigde van Mussert voor Indische Zaken en was in die hoedanigheid
hoofdkwartierfunctionaris met stamnummer 43162. Als een van de weinigen
mocht hij Mussert tutoyeren. Hiernaast staat afgebeeld het
gipsen hoofd van Harloff.

Fascisme. In de
jaren twintig waren er allerlei fascistische groepjes ontstaan, in het
begin van de jaren dertig kwamen daar nog een paar naziepartijtjes bij –
twee, even zelfs drie, met de eensluidende naam NSNAP. Globaal gesproken
ontsproten al die groepjes aan dezelfde gezindheid als de NSB. Ze waren
anticommunistisch, antisocialistisch, tegen het liberalisme dat door het
prediken van gelijkheid de weg voor beide eerstgenoemde stromingen had
bereid, tegen het parlementaire stelsel, voor een krachtig gezag en bovenal
nationalistisch. Hiernaast:
knoopsgatspeld van de Partito Nazionale Fascista. De Fascistische Beweging
van Italië.

Herstelbeweging.
De fascisten of, gemoedelijker aangeduid
de ‘herstellers’, waren aanhangers van de herstelgedachte die al meer dan
anderhalve eeuw bestaat, maar pas na 1917 (Russische revolutie) en 1918 (einde
Eerste Wereldoorlog) een crisisachtig karakter kreeg, soms een
ziekteverschijnsel werd, binnen de samenleving die beheerst werd door de
kontrasterende machten: democratie, kapitalisme, liberalisme en marxisme. Wat
de Herstelbeweging beoogde, was de ‘natuurlijke’ orde der samenleving te
herstellen van de schade, die de revolutionaire machten, van 1789 af, hadden
aangericht. Niet alle gevolgen van die revoluties waren verkeerd, maar de
beginselen waren het wél. In de natuurlijke orde waren bijvoorbeeld niet alle
mensen gelijk, iedere groep had andere behoeften, deugden, rechten en plichten,
en in de harmonisering daarvan met het leven van de hele natie, hadden zowel
liberalisme, marxisme als democratie gefaald.
Anti-democratie.
De sterke opkomst van
anti-democratische groeperingen in de vroege jaren dertig was slechts een
aspect van de in brede kring heersende opvatting dat het gezag in een crisis
verkeerde en hersteld moest worden. In de naoorlogse jaren was men niet in
staat gebleken zich daadwerkelijk aan het democratische systeem aan te passen.
Toen de economie steeds meer ontregeld raakte, begon men meer waarde te hechten
aan traditionele waarden. Wat in de vroege jaren twintig nog slechts een
randverschijnsel was geweest – de roep om herstel van gezag - was in de eerste
jaren van het volgende decennium een gemeenplaats geworden.
NSNAP – Nationaal Socialistische Nederlandse Arbeiders Partij
Op 16 december 1931 werd op een
vervallen buitengoed bij Den Haag, ‘De Brinckhorst’, de Nationaal-Socialistische
Nederlandsche Arbeiderspartij gesticht. Oprichter was een zekere Adalbert Smit,
naast hem behoorde tot de eerste leden dr. Ernst Herman ridder van Rappard;
leider van de afdeling Amsterdam werd de journalist (tot 1931 aan De Telegraaf
verbonden) Albert de Joode, geboren in 1891, die zich, daar zijn familienaam
niet erg prettig was voor een nationaal socialist – ‘Albert van Waterland’
noemde. De NSNAP was fanatieker dan de enkele weken later opgerichte NSB van
ir. Mussert. De partij viel later uiteen in een NSNAP van Rappard, een NSNAP
van Adalbert Smit en een NSNAP van Van Waterland. Het laatste groepje werd
later verdrongen door een NSNAP onder aanvoering van een hoogst zonderlinge
gepensioneerde majoor Kruyt.

Zwart Front Onafhankelijk orgaan van het Nederlandsch volksfascisme,
ANFB. 15 Februari
1934. De Bezem Uitgave van
deFascisten Bond De Bezem De
Nederlandsche Nationaal Socialist Officieel
orgaan van de NSNAP, leider majoor Kruyt.
N.S.N.A.P. Leider Dr.
Ernst Ridder van Rappard. Dit was een zeer kleine partij en stond op een absoluut
Duits standpunt. Dr. van Rappard wenste inlijving van Nederland bij
Duitsland of wel een Nationaal Socialistische staat op republikeinse
grondslag. In een te Arnhem verspreidde affiche, werd deze groep
genoemd: “De eerste, de sterkste, de onvervalste Hitler-partij in ons land,
die streeft naar het radicale, 100% socialisme van het nieuwe Duitsland,
ook hier”. Dr. Ernst Ridder van Rappard had enkele aanhangers in Arnhem
en in het Duitse grensgebied o.a. te Bocholt. In de brochure; “Duitsch blijft ons bloed”, propageert van
Rappard de onverbiddelijke noodzaak, dat ons volk zich weer in zijn
Duitsheid bewust wordt. Het Nationaal Socialisme van Hitler kan ons volk
slechts redden, zo stelt hij.
Neder Duitsch – Weder
Duitsch De NSNAP partij van Van Rappard maakte zich sterk voor
annexatie van Nederland door Duitsland. In een aantal brochures van de
NSNAP van Van Rappard, gaf hij te kennen voor aansluiting bij Duitsland te
zijn. 'Neder-Duitsch, Weder Duitsch', was zijn leus. Nederland moest weer
bij Duitsland gaan horen. In het voorjaar van 1941 neemt Ernst Henri Ridder van Rappard
dienst bij de Waffen SS en komt nadien bij de SS Panzerdivision
‘Leibstandarte Adolf Hitler’, waar hij opklimt tot SS-Obersturmführer
(luitenant eerste klas). Tegen hem wordt na de oorlog de doodstraf geëist,
maar hij krijgt levenslang; in 1953 overlijdt hij. Op het speldje hiernaast, van de NSNAP – Van Rappard staat
de leus weergegeven: Neder Duitsch Weder Duitsch, onder het hakenkruis.Afm.
Daarnaast een soortgelijk speldje, geen tekst en iets
kleiner.

Wilt U de waarheid
weten? De propagandisten moesten het ietwat vertekende beeld, dat
de Nederlanders van de Führer hadden, retoucheren. Dat geschiedde dan door
middel van een brochure met mooie foto’s en idem informatie, getiteld:
‘Wilt U de waarheid weten?’ – Hitler, zooals men hem aan U getoond heeft,
en zooals hij in werkelijkheid is’. De Hauptabteilung (Volksaufklärung und
Propaganda) nam de huis-aan-huisverspreiding van ruim 150.000 exemplaren
hiervan ter hand en verzorgde de verzending van nog eens 300.000
exemplaren. Getoonde brochure komt uit het archief van de NSNAP van Van
Rappard, vandaar de NSNAP stempel op de omslag.

Het symbool van Zwart Front en later
Nationaal Front was een ramshoorn doorstoken met een zwaard.
Zwart Front. Op 5 mei
1934, op de 29ste verjaardag van de Leider Arnold Meyer zelf vond de
oprichting van het ”Nederlandsch Volksfascisme Zwart Front” plaats. Tot
1938 hanteerde Zwart Front de aanduiding ‘Nederlandsch Volksfascisme’.
Hiermee wilde hij aangeven dat de beweging een geheel eigen koers voer en
zich wenste te onderscheiden van het Italiaans fascisme. De
beweging was autoritair en wilde een sterke staat met Oranje aan het hoofd,
doch wees totalitarisme af. Geen machtstaat maar een rechtstaat! Was hun
leuze. Kerk en staat dienden gescheiden te zijn, echter onder officiële
erkenning van ons christelijk volkskarakter, wat betekende dat de
vrijmetselarij verboden zou worden en de joden die zich volgens Meijer niet
assimileerden een soort gastrecht kregen. Binnen de beweging was niet
duidelijk hoe men zich een autoritair bewind voorstelde zonder teveel
staats bemoeiing. Op 11
april 1940 werd Zwart Front na een bestaan van bijna 6 jaar ontbonden.
Negen dagen later vond tijdens een openbare vergadering de oprichting van
Nationaal Front plaats.
Dit
emaille bordje van Nationaal Front is gevonden in Bergen Op Zoom. Het lag
onder het puin van een door oorlogsgeweld verwoeste woning.

Nationaal Front was wel antidemocratisch en hield vast aan de
apartheidspolitiek tegenover de joden, maar het ‘revolutionaire’ standpunt werd
volledig losgelaten: de nieuwe beweging moest, integendeel, een machtige steun
zijn voor elke regering, die bereid was een nationale zelfstandigheidpolitiek
te voeren.
Arnold Meyer
Arnold Meyer was een boerenzoon, op 5 mei 1905 geboren in de
Haarlemmermeer. Als jongen was hij een
tijdlang op kostschool in Brabant, waar hij de Groot-Nederlandse overtuiging
haalde die later een leus voor Zwart Front werd. Hij was propagandist voor het
zuiden van het land met als standplaats Oisterwijk van het ANFB (Algemene
Nederlandse Fascisten Bond). Hij wilde echter meer, en degenen die hem hoorden
spreken, eveneens: hij moest leider worden! Na onvermijdelijke wrijvingen met
het bestuur maakte hij met steun van de afdelingsleiders de ANFB beneden de
grote rivieren zelfstandig. Besloten werd de ANFB te splitsen in twee
afzonderlijke organisaties, het Fascistische Verbond ‘De Vuurslag’ te noorden
en het Fascistisch Verbond ‘Zwart Front’ ten zuiden van de Moerdijk,
respectievelijk onder leiding van Groeninx van Zoelen en Arnold Meyer. In de
zomer van 1934 sloten de Rotterdammers zich vrijwel en bloc bij Zwart Front aan
en in het voorjaar van 1935 was Meijer heer en meester over de hele voormalige
ANFB.

Gebroken Geweertje Na de Belgische Opstand van 1830 was er in Nederland vrede
geweest. In de jaren dertig overheerste in Nederland een optimistische
stemming over de wereldvrede. Velen voelden in het Interbellum geen
oorlogsdreiging. Er ontstonden verschillende vredesbewegingen en de
antimilitaristische stemming onder de bevolking groeide. Het Gebroken
Geweertje was hét symbool van het antimilitarisme en militant pacifisme. Nooit meer Oorlog! Het motto in die periode was: ‘Nooit meer Oorlog!’ en
eenzijdige ontwapening leek een serieuze optie.

Koperen plaat
op karton
Leger, vloot en luchtmacht werden ernstig
verwaarloosd, tot 1937 brokkelde het leger langzaam aan af. Met het oplopen van
de internationale spanning, kwam echter de omslag. In 1938 werden er versneld
opbouwende maatregelen genomen. Velen verlangden een einde van de ‘politieke
slapheid’ en de heersende filosofie van het ‘gebroken geweertje’. De snelle
capitulatie van mei 1940 was volgens velen dan ook een direct gevolg van de
socialistische politiek van het Gebroken Geweertje.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren
alle vredesorganisaties verboden. Een aantal dienstweigeraars dat gevangen zat,
werd niet vrijgelaten door de Nederlandse justitie maar overgedragen aan de
bezetter. Waarschijnlijk had men weinig waardering voor deze mensen die immers
niets hadden willen riskeren voor hun vaderland.

In de loop van het jaar 1929 vatte bij
Mussert met de voor zijn absoluut ingestelde karakter gebruikelijke
hardnekkigheid de mening post dat Nederland in grote nood verkeerde. Desondanks
zag hij geen persoon of partij zich aangorden om de hand tot redding uit te
steken. Mussert kwam tot de conclusie dat ondeskundigheid en baantjesjagerij de
hoofdbestanddelen waren van de zompige democratie, waarin het land bezig was
weg te zinken. Dit was hem duidelijk geworden in zijn hoedanigheid van
ingenieur als in die van politiek agitator. Hij zag Moskou zich opmaken om de
failliete boedel van de democratie over te nemen. Trouwens hij niet alleen: de
angst voor het rode gevaar was in zijn dagen in burgerlijke kringen van hoog
tot laag, confessioneel en niet-confessioneel, door systematische
anti-propaganda tot een aan massahysterie grenzend verschijnsel uitgegroeid.
Hiervan was Mussert nu een exponent, zozeer dat zijn politieke optreden slechts
verklaarbaar is vanuit die fobie. Die vormde het zaad van de NSB. Mussert zag
Nederland afglijden naar het communisme. Hij ging de politiek in, omdat hij de
regering te slap achtte hier iets tegen te doen.
Beweging
Voor Mussert waren partijen
splijtzwammen, verantwoordelijk voor de desintegrerende schotjesgeest die hij
met zijn opmars naar een volkseenheid wilde doorbreken. Zijn schepping noemde
hij ‘beweging’ en wie partij zei, kreeg de wind van voren.
Programma.
Bij het opstellen van een politiek programma, dat begin december
1931 klaar kwam, liet Mussert zich voornamelijk leiden door een boekje van de
hand van Gottfried Feder, de nazi-ideoloog. Mussert heeft veel van het
nazi-programma gekopieerd. Dit programma werd in een eenvoudige directe stijl
gepresenteerd. De nadruk op gezag en eenheid in een tijd van zwakte en
verdeeldheid, en in een tijd dat links als bedreigend werd ervaren; de nadruk
op de waarde van arbeid in een tijd van werkloosheid elke dag toenam; het
uitzicht op een betere wereld dat geboden werd in een tijd van armoe en
ellende; het gemeenschapsgevoel dat eruit sprak in een tijd dat ieder met
voorbijzien aan anderen zijn eigen belangen probeerde te dienen; de nadruk op
traditionele waarden en simpele oplossingen in een wereld waarvan de
complexiteit de mensen boven het hoofd gegroeid was; al deze elementen droegen
er toe bij dat het programma in brede kringen van de bevolking aan zou slaan.
Mussert had niets overgenomen van de racistische en antisemitische tendensen
uit het nazi-programma. Van NSB zijde is de gelijkenis nimmer ontkend. ‘Dat zou
dwaasheid zijn geweest en ontkenning van de universele beginselen, waaruit het
programma is voortgekomen. Tevens zou het miskenning zijn geweest van de ontzaglijke
waarden, die door het Duitse nationaal-socialisme zijn ontdekt’. De NSB heeft
slechts ontkend, dat hun programma een Duits programma zou zijn. De NSB heeft
het over ‘het universele karakter van de staatkundige, sociale en economische
wetten die men in het nationaal-socialistische Duitsland erkende als de enige
grondslag waarop een volksgemeenschap kan worden gebouwd.
Het programma telde twintig punten, gegroepeerd naar vijf
hoofdzaken: nationale oogmerken, staatsrechtelijke hervormingen, de volkshuishouding,
de cultuur en sociale voorzieningen. De toelichting op dat program, die een
maand later, in januari ’32 verscheen, telde het tienvoudige aan woorden.
In zijn toelichting op het programma stelt Mussert, dat de
NSB tegenover de toenemende futloosheid, onwil, onmacht, onverschilligheid,
ongeloof, verdeeldheid, schotjesgeest en krakeel zucht, welke hij binnen
Nederland constateert, een grondslag wil samenstellen van wilskracht,
fierheid, plichtsgevoel, geloof in eigen kracht en bestaansrecht,
nationalen zin, solidariteitsgevoel en gezindheid tot samenwerking en offervaardigheid Vanaf januari 1932 verschenen de brochures 1 en
Brochure 3
Brochure IV Brochure V
Brochure 3 -
Nationaal-socialistische (fascistische) staatsleer.
Musserts uiteindelijke doel kreeg duidelijker gestalte in de
derde officiële brochure van de beweging die in februari 1933 werd uitgegeven.
Deze brochure, die in de zomer van 1932 was samengesteld door mr. S.A. van
Lunteren, privaat docent aan de universiteit van Utrecht, en één van de leden
van het eerste uur, had tot doel te voorzien in een duidelijke verklaring en
wetenschappelijke rechtvaardiging van de politieke doctrine van de beweging;
zaken die in de door Mussert zelf geschreven brochures (Programma en
Toelichting) hadden ontbroken. Twee punten vooral trokken in de brochure de
aandacht: de staatsvergoding en de uitschakeling van het koningschap als reële
politieke factor. Op die twee punten richtten velen, vooral mensen van
conservatieve of gematigd-fascistische gezindheid, hun aanvallen: de brochure
had de NSB ontmaskerd als een ‘on-Nederlandse’ en gevaarlijke beweging, aldus
mensen als prof. Gerretson en Gerard Knuvelder. Ook de in 1933 gevoerde
fusiebesprekingen met het Verbond voor Nationaal Herstel, waaraan voor de NSB
door Wigersma werd deelgenomen – het enige contact van dien aard, dat de NSB
vóór 1940 met een andere rechtse organisatie gehad heeft -, stuitten direct op
deze twee punten af.
Albert de Joode – Albert van
Waterland In
1933 werd Mussert uitgenodigd om op zaterdag avond 13 mei

Een jaar na het incident in Goch ondernam Mussert een poging om
voor eens en altijd een eind te maken aan het geharrewar over het
jodenprobleem. Hij publiceerde een brochure – de vierde, zijnde geschriften
waarin hij het officiële NSB standpunt in allerlei zaken uit de doeken deed –
onder de titel Actueele Vragen, antwoord van het Nederlandse
nationaal-socialisme (fascisme) op een tiental Nederlandse vragen. De
voorlaatste vraag luidde: hoe staat de NSB tegenover de joden? In het antwoord
begon hij het racisme te verwerpen. In het Nederlandse jodendom onderscheidde
hij voorts drie soorten: nationaal voelende Nederlanders van joods ras; gasten
die een historische plaats te midden van het Nederlandse volk innamen – aan
wier positie niet mocht worden getornd – en ‘…joden die geen deel hebben aan
onze nationale gedachte’. Geen Nederlanders dus, ‘import’ zei hij een jaar
later. Met zijn gebruikelijke optimisme besloot hij met te zeggen: ‘Hiermee
menen wij de jodenkwestie werkelijk voldoende te hebben behandeld’. Hij mocht
het gewild hebben! Tegenstanders vooral ook de joden die inderdaad vaak vooraan
stonden in de bestrijding van de NSB – lieten niet af zijn beweging van
antisemitisme te betichten en dat des te heviger werd naarmate de polarisering
voortschreed.
Brochure nummer IV
- Actueele Vragen.
Al vroeg in januari 1934, was de brochure opgesteld met het
oogmerk de bezwaren en beschuldigingen die er in het voorgaande jaar tegen de
NSB waren ingebracht, te ontzenuwen. Het ontwerp was het werk van jhr. Mr. G.W.
van der Does, die ook rekening had gehouden met de opmerkingen van drie andere
vooraanstaande adviseurs. Mussert bewerkte het ontwerp en voegde er wat
materiaal van zichzelf aan toe. De uiteindelijke versie, die in maart 1934 als
brochure vier onder de titel Actueele Vragen werd gepubliceerd, wilde het
standpunt van de beweging weergeven ten aanzien van zaken als het Huis van
Oranje, de rol van de kerk, of de kwestie van de gewetensvrijheid, en dat alles
aangepast aan de gesignaleerde behoefte aan eenheid en gezag.
Brochure
V - Staatkundige Richtlijnen der Nationaal Socialistische Beweging in Nederland.
De brochure verscheen in maart 1936. De brochure was anoniem, maar in een voorwoord door Mussert met officieel gezag bekleed. Dit nieuwe geschrift verving Van Lunterens brochure III, die nu eindelijk officieel kwam te vervallen, daar Musserts in zijn voorwoord schreef: ‘Onze beginselen en de daaruit voortvloeiende doelstellingen aan concreetheid hebben gewonnen’. Uit deze brochure blijkt de snelle evolutie van het ideologische en politieke denken van de NSB. Brochure V stelde niet meer de staat, doch het volk primair en voltrok in zoverre de overgang van fascisme naar nationaal socialisme. ‘Door het vervangen van brochure III door brochure V zijn geen beginselen ingetrokken, maar zijn de voor misverstand vatbare nadere verklaringen van de onveranderde beginselen, vastgelegd in het program van de NSB, door duidelijker vervangen’.
Het Nederlandsch Fascisme. De in 1934 tot de NSB toegetreden voormalige doopsgezinde predikant
dr. C.B. Hylkema schreef in datzelfde jaar een boek: Het Nederlandsch
Fascisme’, dat als één der meest verbreide NSB geschriften – vier drukken
tussen september 1934 en februari1935 ! – veel meer de ‘image’ der beweging
onder het grote publiek bepaald heeft dan de dorre brochures III en IV.
Hylkema’s boek ademt op vele plaatsen een geest van oprechte
christelijk-sociale bewogenheid. De schrijver wijst nadrukkelijk het
antisemitisme af en prefereert duidelijk (zoals de titel laat zien) de term
‘fascisme’ boven ‘nationaal-socialisme’. Toch vindt men er ook denkbeelden
in, die eigenaardig zijn voor een christen en die zeer duidelijk deinvloed
der nazi-ideologie verraden, zodat het geen verbazing wekt, dat Hylkema in
latere jaren naar de rassenleer is overgewaaid. Hylkema’s boek is het
eerste ons bekende NSB geschrift, waarin in volle scherpte het
nationaal-socialistische leidersbeginsel wordt gesteld. Op elke trap van
gezag moet er steeds één man zijn, die de beslissingen neemt. De Leider
wordt niet gekozen of benoemd, maar hij komt ‘vanzelf’ naar voren; en
evenzo treedt hij ‘vanzelf’ terug, als hij voelt, dat zijn tijd gekomen is.
Wellicht mag men het lanceren van Hylkema’sboek zien als een eerste
symptoom van de radicalisatie, die vanaf

Het wezen van het fascisme (Bussum, 1934). Baltus
Wigersma, in 1877 geboren, scheikundig ingenieur, beschouwde zich als
volbloed leerling van Bolland en meende, met hem, in het Hegeliaanse, zoals
dat door Bolland geïnterpreteerd werd, de steen der wijzen, ook op politiek
gebied, gevonden te hebben. Met anderen benaderde hij in ’32 een tweede
adept van Bolland, J. Hessing (autodidact als deze) bijzonder hoogleraar
aan de Rijksuniversiteit te Leiden. Al in’32 trad deze studeerkamerfascist
met prof. Hessing tot de NSB toe. Voor Mussert stelde hij een
ontwerpgrondwet op die zijns inziens van een briljant inzicht in de
Hegeliaanse staatsleer getuigde. Mussert vond het een onbruikbaar stuk en
Wigersma en Hessing verlieten geërgerd de NSB. Zij bleven samenwerken in de
‘Vereniging tot Studie van de Staat’ waarin rechtsautoritaire en
fascistische denkbeelden opgeld deden.



N.S.B. District 12 -
District.
De NSB bestond uit 14 districten, te weten de 11 provincies en
de steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Een aantal kringen vormde een
district.
Kring.
Een aantal groepen vormde een ‘kring’, onder leiding van een
kringleider. Al op 1 februari 1933 was de eerste kring gevormd, met mr.
H.Reydon als kringleider, n.l. Amsterdam; Twee weken later volgde Rotterdam,
onder J.F. Overwijn.
Groep.
Een aantal buurten/wijken vormde een groep.
Buurt of Wijk.
Een aantal blokken onder leiding
van een buurt- of gewestleider.
Blok.
Een klein aantal leden (dorp of gedeelte daarvan).
Districts- en Kringbladen
|
De Noorderstorm, 14d |
District Groningen. |
|
De Kameraad, 14d |
Kring Maastricht. |
|
De Daad, weekblad. |
Kringblad voor Amsterdamse Kringen. |
|
De Werker, weekblad. |
District Utrecht. |
|
Binding, 14d. |
Gelderland (Arnhem). |
|
Maas en Merwe, 14d. |
Z. Holland-Dordrecht. |
|
De Opstand, 14d. |
Noord Brabant. |
|
De Stormklok, 14d. |
Rotterdam. |
|
Onze Taak, weekblad. |
Den Haag. |
|
De Brug, 14d. |
Zuid Holland (Eilanden) |
|
De Victorie. |
Kringblad IJmuiden. |
|
Ons Kringblad. |
Kringblad Den Haag. |
|
Alarm. |
Haags Kringblad, opvolger van ‘Ons Kringblad’. |
|
Stormram. |
Kringblad van het Gooi. |
|
Zwart-Rood. |
Kringblad, orgaan voor de Kring Gooi-Zuid. |

Hieronder:
’t Werkende Volk en Arbeidsfront, twee z.g. “strijdbladen” van de NSB en Alarm, Haags kringblad.

Lustrum Op 12 december 1936, twee dagen voor de openbare
viering van het vijfjarig bestaan van de NSB, woonden bijna elfduizend
leden en partijfunctionarissen in de Amsterdamse Rai een besloten
bijeenkomst bij om dat feit te herdenken, gewoontegetrouw weer een spektakel
van jewelste. Hoogtepuntvoor de aanwezigen was de presentatie van een bijna
drie ton wegende luidklok waarvan het indringende geluid de stem van de
beweging symboliseerde die reeds vijf jaar doende was het Nederlandse volk
wakker te roepen. Het randschrift van de bronzen gigant luidde, refererend
aan het volkslied: ‘Ik roep hen die zijn ’tvaderlant ghetrouwe tot in den
doet’. De klok werd overigens op de Hagespraak van 22 juni 1940 aan
generaal-veldmaarschalk Göring aangeboden om te worden omgesmolten ter
versterking van de grondstoffenvoorziening van de Luftwaffe. Mussert sprak
tot een van geloof en geestdrift zinderende schare: ‘Vol moed en vertrouwen
gaan wij het tweede tijdvak in. Het leger marcheert, ik ga U weervoor, wij
zullen onze plicht doen en de historie zal ons recht doen’. Dit zeggend
gingen zijn gedachten uit naar de grote politieke gebeurtenis die voorde
deur stond: de verkiezingen voor de Tweede Kamer in mei

De Bronnen van het Nederlandse
Nationaal Socialisme In de
zomer van 1937 trok Mussert zich terug om een soort NSB geloofsbelijdenis
op te stellen, ‘de Bronnen van het Nederlandse Nationaal Socialisme’.
Hierin trachtte hij zowel af te rekenen met de verbijsterende
verkiezingsnederlaag als een uitgangspunt te vinden voor een nieuwe opgang.
Over de joden zei hij: ‘De Nederlandse sectie van het internationale
jodendom, versterkt door duizenden uit Duitsland naar hier verhuisde joden,
is er zich ten volle van bewust dat zij zeer ver gevorderd is op de weg van
het in slavernij brengen van het Nederlandse volk door de machtige wapens,
genaamd kapitalisme, marxisme en democratie’.


Boekenlegger
– de drie bronnen

Als insignevorm
werd gekozen de driehoek, die het teken is voor delta. Nederland isde delta
van de 3 grote rivieren Rijn, Maas en Schelde. De driehoek is het Griekse
teken voor Delta. Ons land is het uitstromingsgebied, de delta van
driegrote rivieren. Dit natuurlijke karakter van ons vaderland vindt in ons
insigne zijn uitdrukking. De leeuw
toont de volkskracht Het
Nationaal Socialisme heft de vaan van de eer van de arbeid in de ene
hand,terwijl de andere hand het zwaard hanteert, dat kapitalisme en
marxisme zal vernietigen.

Boven: Onderdeel
van een grotere NSB vlag. Afm.
26 x
Driehoek voor op een vlag
“Mussolini was het met zijn
zwarthemden, die de vlag van het fascisme heeft gehesen. Uit eerbied voor deze
grote voorganger is de bovenste kleur van de NSB vlag zwart. Rood is de kleur
van de opstand, rood is de kleur van het bloed; rood is de kleur voor de
aanduiding van gevaar. Waarlijk het rood in onze vlag is een noodsein. De
huidige toestand wordt er door gekenschetst. Ieder onzer ziet echter met
verlangen den tijd tegemoet, dat deze rode kleur, met toestemming van ons
Vorstenhuis, veranderd zal kunnen worden in Oranje, dat dan boven het zwart
tezamen daarmede het kenteken zal zijn, dat Nederland is herboren en dat het
gevaar voor den ondergang van ons volk is afgewend. Daarvoor strijdt de NSB!”.
Geuzenvlag
of Princevlag

De vlag der NSB.
De NSB wilde nationaal en
socialistisch zijn. Het rood en zwart der partijkleuren zouden wellicht niet
meer hebben betekend dan dat de beweging het goede wilde behouden (zwart) en tegelijk
revolutionair wilde zijn (rood), al zit er ook wat van bodem en bloed in.
Vaandelclubs
Vrouwen van NSB’ers of zij die zelf lid waren van de NSB, zaten soms in vaandelclubs waar de NSB vlaggen werden genaaid.
Zwart en rood.
Zwart en rood zijn de kleuren van
onze strijdvlag. Zwart is de kleur van het onveranderlijke, van den bodem
waarop wij leven en die ons vaderland is geworden. Temidden van het wisselen
der geslachten, het opgaan, blinken en verzinken van generaties, blijft de
bodem, ons vaderland, voor allen hetzelfde, de bodem die ons het leven schenkt
en in stand houdt. Daarnaast staat het rood, de kleur van het bloed, dat in
onze aderen stroomt en dat het voornaamste kenmerk uitmaakt van het Germaanse
volk deze lage landen. Ons bloed is onze levenskracht, de voorwaarde voor ons
bestaan.
Oranje-blanje-bleu vlag - geuzenvlag
Niettegenstaande het rood-wit-blauw de volle eerbied had van de Nederlandse nationaal-socialisten, omdat onder deze kleuren door Nederlanders grote daden zijn gedaan, veel geleden en gestreden is, kozen zij doelbewust, op grond van hun beginselen voor de komende (zo dacht men) Nationaal-Socialistischen Staat het aloude oranje-blanje-bleu. Beide vlaggen hebben een eervolle staat van dienst achter zich. Onder beide vlaggen hebben duizenden Nederlanders hun leven gelaten voor de eer, de vrijheid en de grootheid van het Nederlandse volk, zowel te land als ter zee. Nimmer zal dus één der vlaggen als minderwaardig mogen worden gebrandmerkt. (het nationalisme van de NSB).
De oranje-blanje-bleu vlag duidt op
het roemrijke verleden. Dit was de nationale vlag van de NSB (de Prince vlag),
die deed denken aan het verleden van Willem van Oranje en onze zeehelden, die
vanuit een nostalgisch nationalisme mateloos vereerd werden. De rood-wit-blauwe
kleuren vond men eerder markant voor Frankrijk en Engeland, maar niet voor
Nederland.
Vanaf 1942 waren er nog maar enkele
gewone partij leden die bij bepaalde gelegenheden hun uniform aantrokken,
affiches voor de ramen hingen of de vlag (oranje, blanje (wit), bleu- de
vroegere geuzenvlag!) uitstaken.
Wolfsangel. De wolfsangel was het ‘strijdteken’ van de NSB. De
wolfsangel is het teken (vermoedelijk ontstaan uit een verbinding van de
runen voor zege/overwinning en voor nood/gevaar) waarmee de Germaanse
volken de plaatsen plachten te kenmerken, waar wolven zich hadden vertoond.
De Wolfsangel diende tegelijk als waarschuwing voor wie ter plaatse mocht
komen en als magisch teken ter bescherming in gevaar. Daarom was de wolfsangel
het strijdteken van de NSB.

De ‘Wolfsangel’ was voor de NSB gekozen als middel om het
rasbewustzijn wakker te schudden. Het was noodzakelijk om het bewustzijn
van de eigen volksaard te doen herleven, om de ondergeschiktheid aan alles
wat vreemd was uit te bannen en een politieke en sociale orde te
bewerkstelligen “Het
wijst op de bodemverbondenheid van de Germaansche boer. Het is daarom, dat
het voor de Weerafdelingen van de Beweging, W.A. en Germaanse SS in
Nederland gekozen is, die het dragen als verdedigers van het Germaanse
wezen”.
De ‘Wolfsangel’ was voor de NSB gekozen
als middel om het rasbewustzijn wakker te schudden. Het was noodzakelijk om het
bewustzijn van de eigen volksaard te doen herleven, om de ondergeschiktheid aan
alles wat vreemd was uit te bannen en een politieke en sociale orde te
bewerkstelligen
“Het wijst op de bodemverbondenheid van de Germaansche boer. Het
is daarom, dat het voor de Weerafdelingen van de Beweging, W. A. en Germaanse SS in Nederland gekozen is, die het
dragen als verdedigers van het Germaanse wezen”.