
De Opbouwdienst
was opgericht om een uitbreiding van de werkeloosheid in ons land te voorkomen.
Het zou praktisch werk voor het algemene belang gaan verrichten. De bezetters
hadden er een heel andere bedoeling mee. De Opbouwdienst moest de grondslag
worden voor een nationaal socialistisch getinte ‘echte’ arbeidsdienst.
Op 14 juli bezit Nederland nog een leger van
omstreeks 50.000 à 60.000 man. Op de ochtend van 15 juli is dit leger
verdwenen. Dan staat de O.D. de Opbouwdienst, gereed om zijn werk te beginnen.
Wie hier van deel gingen uitmaken? Allereerst de beroeps- en reserve -officieren
en -onderofficieren, die de wens te kennen hadden gegeven over te willen gaan
in leidende functies van de O.D.
Hiernaast: Deze soldaat van de 7e Compagnie Bewakings Troepen ging op 2
juni 1940 met groot verlof. Dit verlof gold tevens als “vervoersbewijs voor
de openbare middelen van vervoer”. “Betrokkene moet zich binnen een week melden bij den
burgemeester van zijn woonplaats en is verantwoordelijk voor de goede
bewaring van zijn kleding en uitrusting”.

Niet alle beroepsmilitairen konden echter in
de Opbouwdienst terecht. De pensioengerechtigden namelijk gingen met pensioen
terwijl de oudere hoofdofficieren in beginsel op wachtgeld gesteld werden
gesteld, met uitzondering van enkele hoofdofficieren voor wie de gelegenheid
tot plaatsing bij de staven van den O.D. bestond. Ook voor de afwikkeling van
de demobilisatie bleven nog verschillende diensten voorlopig gehandhaafd.
Naast de beroepsmilitairen kwamen bij de O.D. de reserve -officieren,
dienstplichtige onderofficieren en overige dienstplichtigen, die geen werkkring
in de burgermaatschappij konden vinden. Voorts zou in de leiding ook plaats
kunnen zijn voor burgers, die zich vrijwillig aanmelden en die op grond van hun
deskundigheid, ontwikkeling en geschiktheid om met mensen om te gaan, hiervoor
in aanmerking kwamen.
Van 15 juli tot 15 oktober liep de z.g.
proeftijd. In dit tijdbestek werd beoordeeld in hoeverre bepaalde personen
minder geschikt geacht moesten worden om aan het opbouwwerk deel te nemen, dan
wel in andere functies te werk gesteld moesten worden.
Voorlopig bleven de militairen die bij de
Opbouwdienst werkzaam waren, de gewone militaire uniformen dragen. Zij kregen
echter een speciaal distinctief waarvan de bijzonderheden nog niet was
vastgesteld. Men dacht aan een onderscheidingsteken op de mouw waarop een nader
te bepalen embleem evenals de letters O.D. voor zouden komen. Als de
textielpositie het toeliet, zouden er in de toekomst wellicht speciale
uniformen komen.
Onder: Onderscheidingsteken van de Opbouwdienst. Deze werd op de
linkerbovenarm gedragen. Er zijn ook exemplaren met groene rand bekend. Afm.: 4 x 4 x

Legitimatiebewijs van
de Opbouwdienst
Indeling.
De Opbouwdienst bestond uit een staf, vier districtstaven en verder per
district een aantal korpsen (bataljons), elk bestaande uit afdelingen
(compagnieën), die op haar beurt onderverdeeld waren in groepen (secties) en
ploegen (groepen). Men rekende op een 75-tal korpsen van ongeveer 800 man, in
totaal 50.000 à 60.000 man, bij de Opbouwdienst. In beginsel zou de afdeling
een zelfstandige werkeenheid zijn, die in elk opzicht
"self-supporting" was. Wellicht was het mogelijk in de toekomst
enkele speciale eenheden te formeren van vaklieden op bepaald gebied, b.v.
afdelingen, die meer gespecialiseerd waren op de uitvoering van bouwwerken enz.
en bij grote objecten konden worden ingezet.
De Opbouwdienst voerde vanaf het begin al
besprekingen over verscheidene objecten, waarmee direct begonnen zou kunnen
worden. Uiteraard moest hierover regelmatig overleg gepleegd worden met andere
overheidsinstanties als b.v. het departement van Sociale Zaken en het
regeringscommissariaat voor de wederopbouw, ten einde dat de objecten niet met
elkaar in conflict zouden komen. De legering hing nauw samen met de aard van de
objecten. Door omstandigheden kon niet worden beschikt over alle kazernes.
Veelvuldig werd daarom gebruik gemaakt van barakken, waarin de soldaten in de
winter van 1940 al gelegerd waren en die in de nabijheid van objecten
overgebracht moesten worden, al nam het afbreken, transporteren en opbouwen
natuurlijk enige tijd in beslag. De aard en ligging van de werkgelegenheden was
in ons kleine, dichtbevolkt en voor het grootste deel intensief in cultuur
gebrachte land niet zodanig, dat tot plaatsing van permanente legeringgebouwen
overgegaan kon worden. Meestentijds moesten kleinere eenheden gedurende
beperkte tijd op een bepaalde tijd bivakkeren.
Uit dit alles volgt, dat op 15 juli niet
gelijk een begin gemaakt kon worden met de werkzaamheden zelf voor 50.000 man.
Toch moesten onze soldaten die dag al duidelijk het gevoel hebben, dat zij in
een nieuwe organisatie opgenomen waren, die actie vraagt. Daarom werd op die datum
alles gedaan voor bevordering van orde, tucht, discipline, sport en zang onder
de manschappen. Aan de sport vooral werd een grote plaats ingeruimd. Al
dadelijk begon men met cursussen voor de sportleiders ten einde deze ten
spoedigste voor hun nieuwe taak geschikt te maken. Genie officieren, deskundige
onderofficieren, vaklieden wachtte hun allen in dit opzicht een zware taak.
Het "wapen" van de Opbouwdienst was de
schop. Dit heeft een nieuw probleem in het leven geroepen namelijk dat der
commando's en exercitiën.
Voor de Opbouwdienst bleven met bepaalde beperkingen de wet op de
krijgstucht en het reglement krijgstucht gelden; op velerlei gebied zouden
echter verschillende nieuwe reglementen en voorschriften moeten worden
samengesteld, waaraan direct in het begin aan werd gewerkt. Maar ook werd
gewerkt aan een exercitiereglement, want bepaalde bewegingen moesten worden
uitgevoerd. Natuurlijk was een herziening van verschillende uitdrukkingen
noodzakelijk, terwijl ook eerbewijzen gebracht moesten worden.

Van de Opbouwdienst stond van tevoren al vast, dat zijn levensduur niet langer dan hoogst noodzakelijk zou zijn. In juli ging men er van uit dat de Opbouwdienst binnen 3 à 6 maanden geliquideerd zou zijn. De mannen konden niet zo maar ineens naar huis worden gezonden, want het was niet zeker dat ze hun burgerbetrekking terug konden krijgen. De Opbouwdienst was een loopplank van de militairen naar de burgermaatschappij. Geheel onafhankelijk daarvan werd op 1 januari 1941 de Nederlandse Arbeidsdienst opgericht en deze kwam op 3 maart van datzelfde jaar in actie. Dat vele kaderleden van de NAD ook al tot de Opbouwdienst hebben behoord, spreekt niet vanzelf, doch is uitsluitend het gevolg van de door hen in laatstgenoemde organisatie betoonde capaciteiten.
Onder de leden van de Opbouwdienst werd een stevige reclame gemaakt voor Duitsland. In elk kamp moest tenminste één arbeidsbemiddelaar aanwezig zijn. Half oktober 1940 werden er 25.000 leden van de Opbouwdienst ontslagen. Een gedeelte ervan kwam in Duitsland terecht! De afzwaaiers uit de Opbouwdienst waren verplicht zich bij de arbeidsbeurzen te melden. Bij weigering moest de politie rapport opmaken en werd steun ingehouden.


J.N. Breunese L.A.C. de Bock
De Nederlandse Arbeidsdienst was een overheidsinstelling,
die oorspronkelijk niet nationaal socialistisch van opzet was, maar waarvan
al zeer snel het kader samengesteld was uit nazi gezindten. Het werd een
semi-militair apparaat volgens Duitse opzet, dat bij het gros der
Nederlanders allerminst gezien was en feitelijk alleen diende als
wervingscentrum voor dienst in het leger van het Derde Rijk. Ick Dien. Het
devies “Ick Dien” van de NAD werd al in 1933 door het Verbond voor
Nationaal Herstel van Generaal Snijders gebruikt. De
slagzinnen van de NAD waren: ‘Eerbied voor den Arbeid’ en ‘door
arbeidsvreugde tot levensvreugde’. Aanvankelijk bestond de NAD uit
vrijwilligers, maar op 1 april 1942 werd hij verplicht gesteld voor alle
jonge mannen van 18 tot 23 jaar. Vanaf die datum werden bepaalde
categorieën verplicht opgeroepen. In 1943 moest zelfs een gehele
jaarlichting (1925) eraan geloven.

De Arbeidsdienst is zeer zeker geen zusterorganisatie van de NSB geweest. Na hun diensttijd hadden de arbeidsmannen veelal een grotere afkeer tegen de NSB gekregen dan toen ze het kamp binnenkwamen. Zaten er NSB’ers in het kader van het arbeidskamp dan gaf dat meteen grote spanningen.
Men kende in de Arbeidsdienst de volgende indeling. 1. de ploeg, dat was de bezetting van één kamer van een werkersbarak en bestond uit 16 man, waarboven een ploegcommandant. 2. de groep werd gevormd door drie kamers die een werkersbarak telde en had dus een sterkte van 48 man met aan het hoofd een groepscommandant. 3. de afdeling was het totaal van de bezetting van het kamp en daartoe behoorden 4 barakken van 48 man of te wel 192 arbeidsmannen met aan het hoofd een afdelingscommandant.
Werkzaamheden Naast marcheren en exerceren, was het de bedoeling dat de
Arbeidsdienst zich zou gaan bezighouden met grondwerken, wegenbouw, bosbouw
en grondbewerking. Graven van sloten en greppels, versterken van taluds,
plaatsen van duikers, dammen (voor het afsluiten van sloten enz.), ophogen
van dijken, onderhoud van watergangen, draineren, ontginning, onderhoud van
plantsoenen, aanleg en onderhoud van grasvelden, moestuinen (onderhoud,
aanleg). Hiervan is echter weinig terecht gekomen. De werkzaamheden ‘beperkten’
zich tot het ontginnen van heide gebieden en het rooien van aardappels ten
behoeve van de voedselvoorziening. Later moest er worden gewerkt voor de
Duitsers, zoals zovele Nederlandse mannen.

Krabbers Met deze metalen krabbers op de vingers voorkwam men kleine
wondjes en gescheurde nagels. Omdat de vingers niet allemaal even dik zijn,
had je dus verschillende maten krabbers. Soms plakte men eerst een pleister
om de vinger. Zo kon de krabber stevig op de vinger worden geplaatst.

Marsch- en Orde- oefeningen, zo werd het exerceren door het kader genoemd. Deze oefeningen zijn geen doel, doch het middel om een doel te bereiken. En dat doel heet ‘tucht’. “Tucht heeft als morele grondslag de innerlijke overtuiging van de enkeling, dat hij zichzelf, ter wille van de belangen van de gemeenschap, ondergeschikt moet maken, ondergeschikt aan de leider van die gemeenschap, want tucht eist de uitschakeling van de eigen wil en het zich volkomen ondergeschikt maken aan de wil van de leider. Deze oefeningen zijn het middel bij uitnemendheid om soldaten van de Arbeid te vormen”. (Ick Dien) .
De lichamelijke
opvoeding
“Het doel der lichamelijke opvoeding is opvoeding, dus het vormen van den jongen
mensch tot zelfstandig individu. Door de onscheidbaarheid van lichaam en ziel
is de lichamelijke opvoeding een opvoeding zoowel in geestelijken als in
lichamelijken zin.”
Tuchtrecht van den Nederlandschen Arbeidsdienst “Het tuchtrecht van de Nederlandse Arbeidsdienst is, in
afwijking met ons strafrecht, in de eerste plaats gericht op de opvoeding
van de jonge Nederlander. Beide, strafrecht en tuchtrecht hebben ten doel
een boetedoening voor de schending der rechtsorde toe te passen, waar de
strafrechter een boetedoening verlangt voor de inbreuk op de algemene
rechtsorde of de bedreiging daarvan, beschouwt de tuchtrecht dit individu,
de dader en hanteert de straf als opvoedend middel, om de dader tot beter
inzicht te brengen en voor herhaling te waarschuwen”.


Standaardwerk
Almanak Opleidingskamp Tilburg Gedenkboek Opleidingskamp
Hooghalen
Almanak O.K.T.
Commandant van het Opleidingskamp Tilburg was A.H.I.
Kramers. In de almanak staan de namen van de stafleden, laatst beklede rang,
adres en van welk onderdeel afkomstig. Namen, rang en functie van de
onderofficieren vaste detachement. Naam, adres en de gegeven cursus van de
burgerleraren. Namen van de redactiecommissie, sportcommissie,
cantinecommissie, fotocommissie en kamp band. Naam, adres, laatst beklede rang
en waarvan afkomstig van de aspiranten. Naan, adres en laatst beklede rang van
overgeplaatsten. Naam, adres en laatst beklede rang van diegenen die eervol
ontslag op verzoek hebben gekregen.
Kamp Tilburg werd geopend op 11 november 1940. De
opleiding van de eerste groep duurde tot 10 april 1941.
Opleidingskamp
Hooghalen.
Wintercursus 1940 – 1941. Commandant van het
opleidingskamp was hopman D. Blanken. Ook in dit boek staan de namen en
adressen van de z.g. adspiranten, stafleden en namen van het personeel. Deze
opleidingskampen leidden het kader op voor de Arbeidsdienst.
In hun vrije tijd of wanneer er niet gewerkt kon worden,
konden de arbeidsmannen tijd besteden aan handenarbeid. Meestal moest er
voor het kamp nog wel het een en ander gemaakt worden of men maakte iets
voor eigen gebruik. Zo maakte een arbeidsman dit doosje met op het deksel de
tekst: “Ter herinnering N.A.D. Bergentheim”

Herinneringsdoosje kamp Bergentheim
Uitrusting De leden droegen bronsgroene
uniformen. Het was van Lakense stof en werd gecompleteerd door een
kwartiermuts (schuitje), leren koppelriem, hoge zwarte kistjes met ijzerbeslag
en rond de hak een soort hoefijzer. Verder beenwindsels, sokken,
werkkleding, bretels, sportkleren en –schoenen, onderkleding, broodzak met
veldfles, eetgerei (met ingegraveerd het NAD embleem met het devies “Ick
dien”. Klompsokken, tentzeil, blikken wasschaal. Ook een stel dekens en
lakens en een blauw geruite strozak met dito kussen die je zelf met stro
moest vullen. De arbeidsman kreeg verder nog een lange overjas van groen
laken, een schoenenborstel en een insmeerborstel.

Kleding en uitrusting waren trouwens voor het grootste deel
afkomstig uit het voormalige Nederlandse leger. Overjassen, tunieken,
broeken, kwartiermutsen, petten en de puttees (beenwindsels) waren
olijfgroen geverfd. Op de kledingstukken werden nummers genaaid, terwijl op
enkele andere gebruiksvoorwerpen een stempel werd gedrukt.

Kledingetiquette
Districts commandant H.Sjouke van de N.A.D. neemt het defilé
af. “De eerste vrijwilligers van de Nederlandse Arbeidsdienst zijn na zes
maanden scholing afgezwaaid”. (persfoto)


Update: 17-6-2013
Olieverf schilderij op board, Reichs Arbeits Dienst man
Von Arbeitsmännern und Maiden Mannen en Meisjes van den
Arbeidsdienst Propaganda
drukwerk in Duits en Nederlands. Samengesteld
door Oberstarbeitsführer Bethmann. Tekeningen; Adspiranthopman P. Ducker en
Hoofdkernleidster B. P. Bouwan. 1941
RAD petembleem

September 1942 November 1942 December 1942
Vorming.
Maandblad van de Nederlandse Arbeidsdienst. Het blad rechts is speciaal gewijd aan “Gruppe Niederland”.
NAD Gruppe
Niederland im Reichsarbeitsdienst.
Vanaf begin 1942 werden arbeidsmannen
geronseld om dienst te nemen achter het Duitse Oostfront in de Gruppe
Niederland im Reichsarbeitsdienst. Vierhonderd mannen van de Nederlandse
Arbeidsdienst meldden zich als vrijwilligers voor het werk aan het Oostfront.
Na hun zes weken durende opleiding werden zij op 6 mei (1942) in het kamp Eeze,
bij Steenwijk, in aanwezigheid van de Reichs-Arbeitsführer Hierl, op de Führer
beëdigd. Begin juni 1942 vertrokken zij naar Rusland.
‘Na een werkzaamheid van ruim vier maanden achter de linies aan het Oostfront keerden enige weken geleden een vierhonderdtal Arbeidsdienstmannen, behorende tot de Reichsarbeitsdienst doch afkomstig uit de Nederlandse Arbeidsdienst terug in het vaderland. Een groot deel hunner zal als kader terugkeren in de oude gelederen, de overigen zullen binnenkort naar huis vertrekken’. Het initiatief tot de inzet in het Oosten kwam uit de gelederen van de NAD zelf. De oproep vond bij velen weerklank, duizend man melden zich eigener beweging en na selectie en voorbereiding vertrok dan deze groep’. (Noordooster, zaterdag 14 november 1942).
Op 19 juli 1943 stond een tweede contingent klaar. Bij het vertrek werden de ruim 500 mannen in Steenwijk geïnspecteerd door generaal-arbeidsleider De Bock.

Petband, kader
Oostkorps, onderdeel van de NAD.
De vrijwillige afdelingen van de Nederlandschen Arbeidsdienst hebben gedurende de zomermaanden van 1943 ontginningsarbeid verricht in de omgeving van Bialystok.
Begin juli werd het Oostkorps 10,
bestaande uit een staf en vier afdelingen (101, 102, 103 en 104) in “De
Weerribben” in de buurt van het Steenwijker Diep bijeengebracht. Op 15 juli
zijn zij bepakt en bezakt naar het station in Meppel gelopen en nog diezelfde
dag met een eigen trein in zeven dagen naar het oosten van Polen gereisd. Drie
maanden verbleef het Oostkorps, gelegerd in voormalige krijgsgevangenenkampen
en een voormalig jodenkamp, in het Bezirk (district) Bialystok. De
korpscommandant en zijn staf waren gelegerd in Bielsk. Het werk bestond uit
ontwateringswerkzaamheden, bosarbeid en wegenaanleg. De
ontwateringwerkzaamheden vonden plaats in de moerassen van Pripjat.
Oostkorps
20.
Op 24 januari 1944 is het Oostkorps 20
opgericht. Op papier was Oostkorps 20, opgebouwd uit een staf en zes afdelingen
(201 tot en met 206). Eind maart 1944 vertrokken rond 160 man (op 1 maart
opgeroepen uit acht arbeidskampen; twintig uit ieder kamp) als voordetachement
(kwartiermakers) naar het district Bialystok. Het bleef voor korte tijd alleen
bij dit voordetachement. De kwartiermakers werden door een overmacht aan Poolse
partizanen overvallen. Twee man sneuvelden en drie raakten gewond, van wie één
ernstig. Mede gezien de Russische opmars werden allen naar Nederland
teruggehaald.
Update: 9 mei 2013
De liefde tot
zijn land is ieder aangeboren
Op 3 mei 1942 vond de “Dag van den Nederlandschen Arbeidsdienst” plaats. Op het Houtrust terrein in Den Haag stonden 1300 Arbeidsmannen en 100 meisjes aangetreden voor een grote demonstratie. Het tijdschrift linksboven afgebeeld geeft een impressie van die dag.
“De liefde tot zijn land is ieder aangeboren”, citaat uit het toneelspel “Gysbreght van Aemstel” van Joost van den Vondel. Naast het tijdschrift staat een metalen en gipsen plaat afgebeeld met dezelfde citaat. Deze plaat hing waarschijnlijk bij menig nationaal voelende Nederlanders aan de wand. In het blad "De Landwachter" van 19-01-1945 staat een artikel over vaderlandsliefde met als kop "De liefde tot zijn land...."
De
kunstenaar tot de Arbeidsdienst en de Arbeidsdienst door de kunstenaar
nader tot het volk te brengen was de oorspronkelijke opzet van deze
tentoonstelling. (voorwoord van C.A.C. de Bock).
Kalender
Aanvullingen op de zangbundel
Zangbundel NAD.
Er werd in de Arbeidskamp grote waarde gehecht aan de
gemeenschapszang, want dat zou de onderlinge band versterken. “Naast de
gemeenschappelijke arbeid en het marcheren in gesloten gelederen is het zingen
het sterkste gemeenschapsbeleven in de Nederlandsche Arbeidsdienst”, aldus de
staf in Doorn. Maar ook in kringen van de Nederlandsche Unie, die aanvankelijk
achter het streven van de NAD stond, was men van mening dat: “Goede volkszang
de onderlinge band zou versterken en het muzikale peil van de jeugd zou
verheffen”. Er was een speciale zangbundel samengesteld, die in totaal 119
liederen bevatte, verdeeld over acht rubrieken. De meeste waren gewone oer
Nederlandse volksliederen, doch daarnaast was er ook een aantal bij waarin de
lof van de arbeid en van de Arbeidsdienst werd bezongen. Achterin waren als een
aanvulling een vijftiental verzen opgenomen die door de Reichsarbeitsdienst
werden bezongen. Op een enkele na ademden deze verzen de geest van het
nationaal socialisme uit.

Vlaggenparade.
Na het eerste ontbijt te hebben genuttigd, is de gehele afdeling aanwezig bij een plechtigheid, welke dagelijks terugkeert en die van grote betekenis is voor iedere vaderlander: de vlaggenparade. De doelbewuste steekt zij een hart onder de riem ter volvoering van hun taak als Nederlander; zij doordringt hen, die de waarde van hun Nederlander zijn nog niet of onvoldoende beseffen, geleidelijk doch zeker daarvan. (Wat is en wil de Nederlandse Arbeidsdienst, blz. 4).
Arbeidskamp Wierden. Ieder arbeidskamp van de N.A.D. had een erenaam. Zo had kamp
Wierden als erenaam; Maarten Harpertzoon Tromp. Met veel bombarie werd op maandag 10 augustus 1942 een
reliëf van Tromp onthuld. Onder de genodigden was ook Mussert. De arbeidsmannen op de foto zijn van de lichting juli - december 1943. Het kamp lag bij Almelo.

Het
voetbalteam van kamp Wierden. Lichting
juli – december 1943



Draagspeld Kraaginsigne


Aardappelkom
Soepterrine Koffiekan

Platte eetbord Diepe eetbord los
schoteltje
Potje met
twee schaaltjes
Kop en schotel CCB
CCB. Centraal Cantine Beheer van de NAD. Deze afdeling was
verantwoordelijk voor de aanschaf van de nodige artikelen voor het
kantinebuffet.

Serveerschaal, groot en klein. Boterhambordje, diameter 22cm.

Broodmes met het minder voorkomende logo van ‘ick dien’.
Ansichtkaarten

Avondstemming Bij hetzelfde bruggetje


Veldloop

Kamp Workum Kamp Baarn

Brief van
een arbeidsman uit het kamp ‘Sparjobird’, 3-2 NAD, Hemrik, 20 juni 1942. Brief, commandant IIe district. ‘Toewijzing benzine’.
Arbeidskamp
Hemrik.
Bij het plaatsje Hemrik in Friesland
stonden twee kampen van de Arbeidsdienst, t.w.:
Kamp Hemrik Zuid, officiële naam Kamp
113 “Sparjebird”. Christiaan de Weth was de tweede naam voor dit kamp.
Kamp Hemrik Noord, officiële naam Kamp
114 “Werk Zathe”. Ook deze Kamp had een tweede naam: Antony van Leeuwenhoek.
Sparjebird
In het briefhoofd van de hierboven
afgebeelde brief uit het Kamp Hemrik Zuid, staat Kamp “Sparjobird”. Dit schijnt
een drukfout te zijn. Dit moet Sparjebird
zijn. Sparjebird is een stuk bosgebied ten oosten van Hemrik
In een maandstaat werden de werkzaamheden van de
Arbeidsdienst bijgehouden. Hierin stond hoe ver het werk gevorderd was,
hoeveel manschappen er aan het werk waren en aanverwante informatie.

Een ingenieur wordt op de hoogte gehouden van de
werkzaamheden van het NAD.

Achterkant van de Maandstaat.
Op de maandstaat staan de werkzaamheden van
de verschillende afdelingen van de Arbeidsdienst in dat gebied. Zo staat er
o.a. te lezen bij de verschillende afdelingen:
111 Tolbert, naam van het werk:
“Turfweg”, 27% gereed.
112 Marum, Oogstinzet te Peest.
113 Hemrik Zuid, naam van het werk: “Poostweg”, 68.1% gereed.
114 Hemrik Noord naam van het werk: “Wijnjeterp”, 77.2% gereed.
115 Donkerboek naam van het werk: “Sportverld”, 17.9% gereed.
Bij opmerkingen staat:
1 november: R.K. feestdag.
Gemiddeld 89 man gedetacheerd bij 112
N.A.D. te Peest.
25-11-’43 Film N.S.K.K.
Bij regen werd er niet gewerkt. Zo is er
een kolom waarin het aantal uren regenverlet kon worden aangegeven.

Uit: Wat
is en Wil de Nederlandsche Arbeidsdienst

Voor vrouwen was de Arbeidsdienst vrijwillig, zoals dat
voor mannen aanvankelijk ook was. De belangstelling voor vrijwillige toetreding
was echter gering.
De ADM werd begin 1941 opgericht als een helemaal op
zichzelf staande eenheid binnen de Nederlandse Arbeidsdienst. Het lag in de
bedoeling om allerlei meisjes op vrijwillige basis in nationaal-socialistische
zin op te voeden tot ‘flinke en gezonde huisvrouwen’. De onderkomens van de
meisjes van 17 tot 25 jaar, waren gevestigd in statige villa’s. In maart 1941
bestonden er nog maar vier van zulke ‘kampen’, in Barchem, Markelo, Lunteren en
Maarssen. Twee jaar later was het aantal gestegen tot zeventien. In elk daarvan
verbleven gemiddeld zo’n veertig meisjes, geleid door enkele ‘hopvrouwen’, van
wie er dertig in Duitsland waren opgeleid. In de speciale leidsterschool, die
zich in Wassenaar bevond, werden in twee jaar 192 meisjes opgeleid. Daarvan
werden er 65 wegens ongeschiktheid ontslagen. De overgebleven meisjes werden
verplicht om zich minstens voor twee jaar te binden, zodat het verloop onder
het kader kon worden tegengegaan.

Diepe bord Theelepeltje met ADM logo detail
De ADM kende als uniform een
mantelpakje, een baret van dezelfde stof, witte bloes en lage zwarte schoenen.
Op de linkerbovenmouw van het jasje een zwart/wit zijden embleem met het
zonnerad en daaronder de letters A.D. Een blauwe jurk, dito schort en
rood/witte hoofddoek, eventueel gecompleteerd met blankhouten klompen, vormden
de werkkleding. De meisjes hielpen onder meer in de huishouding en dan vooral
in kinderrijke arbeidersgezinnen, op de boerderij zelf en bij het binnenhalen
van de oogst.
Afhankelijk van hun rang droegen de meisjes in de ADM een bronzen of een zilveren broche. Arbeidsmeistjes brons; kernleidster-brons; hoofdkernleidster-brons; onderarbeidsleidster (later adspirant-hopvrouw)-zilver; arbeidsleidster (later hopvrouw)-zilver; hoofdarbeidsleidster (later arbeidsleidster)-goud.

Kleine terrine; zo’n
Platte borden en melkkannetje, ADM

Twee boterhambordjes en een aardappelkom (ook gebruikt voor stampot), ADM

Arbeidsdienstplichtbesluit. Op 1
april 1942 werd het ‘Arbeidsdienstplichtbesluit’ van kracht. Hierdoor werd
bepaald, dat voortaan jaarlichtingen verplicht werden gesteld om 6 maanden
in de NAD te dienen. De beoogde aantallen werden echter nooit gehaald,
misschien wel omdat de NSB zich er nadrukkelijk mee ging bemoeien.

Arbeidsdienst, door M. Meuldijk
“Aan werkelijke opvoeding, en vooral als het betreft opvoeding der rijpere jeugd, ligt altijd een wereldbeschouwing ten grondslag en het doel der opvoeding is niet alleen lichamelijke, maar ook geestelijke ontwikkeling, beter gezegd geestelijke vorming”.
“Een Arbeidsdienst zonder politiek, is geen vlees en geen vis. Er bestaat geen neutraliteit, op geen enkel levensgebeid. Partij-politiek is democratisch bederf. Neutraliteit is democratische verdwazing. De oorlog, die thans in Europa woedt, is de oorlog der wereldbeschouwingen. De Arbeidsdienst in Nederland is een stuk overwinning van het nationaal-socialisme op de wereldbeschouwing der plutocratie. Kan deze Arbeidsdienst neutraal zijn? Belachelijk! Neutraliteit is precies als de zo beroemde “objectiviteit”, politieke bekrompenheid”.
“Nationaal-socialisme is de boom, Arbeidsdienst een vrucht. Zonder boom is het niet mogelijk vruchten te oogsten”.
Niet iedereen wilde zijn arbeidsdienstplicht vervullen of was voor de Arbeidsdienst geschikt. Onder staan twee documenten van dezelfde persoon. Het eerste document betreft uitstel tot het vervullen van de arbeidsdienstplicht, het tweede document is een bewijs van ongeschiktheid voor de arbeidsdienst.

Een viertal documenten
van dezelfde persoon.

Van links boven naar
onderen: (Naam geretoucheerd)
