

De vakvereniging.
De vakvereniging helpt mee de sociale toestanden te scheppen, zonder welke een nationale opvoeding eenvoudig niet denkbaar is. Zij spant zich in, om de sociale kankergezwellen, die ons volk naar lichaam en geest uitmergelen, te verwijderen; hierdoor draagt zij bij tot de algemene gezondheid van het volk, en maakt zich zodoende hoogst verdienstelijk. De vraag of zij noodzakelijk is, mag dus waarlijk overbodig worden genoemd. (A.H. in M.K. blz. 51).
Werkgever/werknemer.
De nationaal-socialistische werknemer moet weten, dat de bloei van de nationale gemeenschap voor hem zelf materieel voordeel meebrengt. De nationaal-socialistische werkgever moet weten, dat het geluk en tevredenheid van zijn werknemers de eerste voorwaarde is voor het bestaan, en de ontwikkeling van zijn eigen economische grootheid. Nationaal-socialistische wernemer en nationaal-socialistische werkgever zijn beiden lasthebber en vertegenwoordiger van de gehele volksgemeenschap. (A.H. in M.K. blz. 740).
Arbeidsfront. Opgericht 1 mei 1942 op last van Seyss Inquart.
Overkoepelend vakverbond op nationaal-socialistische grondslag. Leider:
H.J. Woudenberg. Lidmaatschap niet verplicht; opzet dan ook mislukt door
gebrek aan aanmeldingen. Hiernaast: Vaandelspits Deutsche Arbeits Front (DAF).
Het lag in de bedoeling van het NAF om het NVV, het
Rooms-Katholiek Werkliedenverbond en het CNV naar deze organisatie (NAF) over te
hevelen. Maar deze couppoging mislukte. De genoemde bonden stroomden leeg. Van
de gezamenlijk ongeveer 700.000 leden bleven er voor het NAF zo’n 100.000 over.
In Duitsland vormde het Arbeidsfront een bij de NSDAP aangesloten organisatie, het kreeg zijn instructies van de politieke leiding van de partij. In Nederland was de positie enigszins anders. De NSB zou er eigenlijk wel een groot filiaal van hebben willen maken, maar Woudenberg zelf praatte in en uit. In juni 1942 verklaarde hij in een rede in het Goudsbergkamp: “Ik ben van de partij. Al kan het NAF niet anders dan nationaal socialistisch zijn, naar buiten staat het in geen verhouding tot de beweging”. Inderdaad was zeker negentig procent van de leden geen NSB’er.
Propaganda
brochures
Bestek Vork en
lepel met Wolfsangel en de tekst “Arbeids Front” gegraveerd.

NAF jeugd.
In maart 1943 startte het NAF met het bedrijfsbezoek
door jongeren aan fabrieken. Men wilde de jeugd een ideaal meegeven, “Het
ideaal van de vakman”. Meerdere plaatsen in Nederland kenden jeugdgroepen, die
voornamelijk gericht waren op handvaardigheid. De week van 19 t/m 25 maart 1944
was uitgeroepen als de ‘week van de werkende jeugd’. De jeugd werd opgeroepen
om zich bij het Arbeidsfront aan te sluiten, want er is voor ons en voor jullie
een wereld te winnen’.


Lidmaatschapsspeld
Lidmaatschapsboekje Contributiekaart Contributiezegels
Rondschrijven van het NAF Het
Arbeidsfront wilde graag weten hoeveel werknemers een bedrijf had, de
leeftijd en of de werknemers lid waren van de NSB en/of NAF.

Arbeid – het orgaan van de
gelijkgeschakelde vakbeweging
Het Arbeidsfront streefde er naar om leden in Duitsland te
werk te stellen. Om de leden voor te bereiden op het werk in Duitsland
werden bovenstaande brochures uitgegeven.


In Duitsland lag de toekomst.
Parool voor de Arbeidsweek
Parool voor de Arbeidsweek
In samenwerking met het Nederlandsche Arbeidsfront werd er iedere week een parool uitgegeven in A4 formaat. Het ging hier om propaganda voor de arbeid (speciaal voor arbeid in Duitsland) en uiteraard voor het nationaal socialisme.
Sociale Voorman.
De sociale voorman van het NAF was een “gemachtigde” uit het personeel van Woudenberg zelf aangesteld. Voor ieder bedrijf, waarin meer dan vijf werkzaam waren moest een dergelijke sociale voorman worden aangesteld. Zijn benoeming werd schriftelijk aan de leiding van het bedrijf medegedeeld. Volgens artikel 9 van het decreet van de Rijkscommissaris kon de voorman slechts met toestemming van de bevoegde organen van het NAF door de leiding van het bedrijf worden opgezegd. Zo nodig behoefde hij slechts enkele uren per dag arbeid te verrichten, maar hij diende het volle loon te ontvangen. Zijn taak was, van zijn bedrijf een ‘bedrijfsgemeenschap’ te maken, een geheel van met elkaar samenwerkende mensen. Hij had tegelijk tot taak de specifieke NAF belangen in het bedrijf te behartigen en er de sociale vrede te verzekeren: een contradictio in terminis.
Bij de sociale voorman kon men terecht met zijn
klachten. Deze voormannen dienden er tevens voor te zorgen, ‘dat er
arbeidsvrede’ heerste en dat het bedrijf een arbeidsgemeenschap werd. Zij
wisten zich beschermd door een verordening van Seyss-Inquart. In elk bedrijf
had het NAF zijn pottenkijker. De meest sociale voormannen waren vrijwilligers,
die gewoon in het bedrijf waren ingeschakeld.
Vreugde en
Arbeid. Freude und Arbeit, Joie et Travail. Offizielles Organ des
Internationalen Zentralburos Freude und Arbeit.
Vreugde en Arbeid (V en
A).
Opgericht op 22 oktober 1940 naar het
voorbeeld van het Duitse ‘Kraft durch Freude’, toen nog onderdeel van het NVV.
Na de opheffing van de confessionele vakbonden werd 1 mei 1942 het NVV omgezet
in: ‘Nederlandsch Arbeidsfront’- nu verschilden de Duitse en Nederlandse
vakbeweging zelfs in naam nauwelijks meer.
Vreugde en Arbeid van het Nederlandse Arbeidsfront voor culturele ontspanning en volksontwikkeling, voor lichamelijke ontwikkeling, voor reizen en vakantie, voor de bevordering van de schoonheid van de arbeid door verbetering van arbeidstoestanden, ontspanningslokalen, eveneens organiseerde zij cursussen en sport en spel.

Propaganda briefkaarten
