
Veel NSB’ers hadden de rotsvaste overtuiging, dat Adolf Hitler door de voorzienigheid gezonden is om de beschaafde wereld te redden van de ondergang door toedoen van het monsterverbond tussen de Angelsaksische plutocratie en de primitieve Russische horden. Waarin de gelovigen overeenstemmen, is een met hun gehele persoonlijkheid gegrepen zijn door een sterk religieus getinte, heroïsche verlossingsleer, waarvan de kracht zich te sterker doet gevoelen naarmate de weerstand van het vermeende Boze groeit.
Nationaal en Socialist vormt de twee-eenheid waaruit
een volk kan opbloeien. Nationalisme nodig voor de verdediging van een volk
tegen van buiten komende vijanden; socialisme nodig voor de verdediging van
het volk tegen de vijanden van binnen: kapitalisme en marxisme. De kleuren
werden aangenomen zwart-rood. Het rood der revolutie, het zwart van het
behoud van het goede, het blijvende uit alle tijden. Anders uitgedrukt:
bloed en bodem. (vijf nota’s van Mussert aan Hitler, blz. 122). Het tijdperk van het Volk door A.J. de Vaan. “De Nationaal-Socialistische Revolutie in Nederland”.

Volgens Mussert was het mogelijk om het Nederlandse volk in korte tijd tot het nationaal socialisme te brengen mits aan bepaalde voorwaarden zou worden voldaan. De eerste en belangrijkste voorwaarde was, dat het odium van landverraad, dat volgens de NSB volkomen ten onrechte op zijn partij was gelegd, radicaal zou worden afgenomen. “De democratie heeft dit ons kunnen opleggen, door jaren achtereen in kranten, tijdschriften, scholen en kerken te verkondigen, dat het doel van het nationaal socialistische Derde Rijk is ons in te lijven en van ons land te maken de koolplanterij en de melkboerderij in de Westmark. Daar wij ons solidair verklaard hebben met het nationaal socialistische Duitsland en het fascistische Italië, werd iedere overwinning van Duitsland en Italië een nieuw wapen tegen ons”. Wanneer Nederland zou toetreden in een Bond van Germaanse volkeren, zoals dat is voorgesteld door Mussert, dan zou het Nederlandse volk tot het nationaal-socialisme gebracht kunnen worden en werd de NSB van verraadster van land en volk tot degene die land en volk verlost heeft van de plutocratie.

Anti-democratie.
De sterke opkomst van anti-democratische en fascistische
groeperingen in de vroege jaren dertig was slechts een aspect van de in brede
kring heersende opvatting dat het gezag in een crisis verkeerde en hersteld
moest worden. In de naoorlogse jaren was men niet in staat gebleken zich
daadwerkelijk aan het democratische systeem aan te passen. Toen de economie
steeds meer ontregeld raakte, begon men meer waarde te hechten aan traditionele
waarden. Wat in de vroege jaren twintig nog slechts een randverschijnsel was
geweest – de roep om herstel van gezag- was in de eerste jaren van het volgend
decennium een gemeenplaats geworden.
“Ik geef toe dat NSB’ers niet tot een beter
mensenslag behoren dan de rest van het Nederlandse volk. Daarom gaat het
ons niet. Wij hopen, dat zij goede elementen van het Nederlandse volk zijn.
Maar de deugden die wij van hen eisen zijn: eenvoud, moed, openhartigheid
en trouw. Wij noemen alleen hem nationaal-socialist, die bereid is deze
deugden te ontwikkelen. En wij eisen juist dit, omdat dit de deugden zijn
die vereist zullen worden om de nieuwe maatschappij op te bouwen. De eis
Eenvoud betekent niet alleen, dat men niet verlangt naar een steeds verdere
opvoering van zijn stoffelijke behoeften, alhoewel ook dit van grote
betekenis is. Het slaat ook op het geestelijk leven. Wanneer wij zeggen:
weest eenvoudig, dan betekent dat in de grond: weest U zelf. Dat weliswaar
de individualisten ook, maar zij denken dat men daardoor tot zeer
uiteenlopende, van elkander volkomen verschillende persoonlijkheden zal
geraken. Maar wij zeggen: wanneer Gij U zelf zijt, wanneer Gij al het
gemaakte, van buitenaf opgedrongen van U afschrapt, dan zult Gij zien,
hoezeer Gij allen op elkander lijkt. Want wij zijn immers allen aan
elkander…gebonden”. Wij hebben hetzelfde bloed, wij zijn voor 99% bepaald
door deze gebondheden. Wanneer het volk eenvoudig zal zijn, zal het gelijk
zijn.
Beginselen
van Nationaal Socialisme, 1942, door dr. J.H.
Carp, Musserts lijf-jurist. In
dit boek wordt duidelijk gemaakt hoe een nationaal socialistische
Nederlandse staat in Musserts geest eruit zou hebben gezien: een
‘leiderstaat’ zonder, zelfs de geringste mate van volksinvloed, met ‘de
beweging’ als enig toegelaten partij, zonder politieke en geestelijke vrijheid,
deelgenoot in een Germaanse Statenbond.
Nieuwe/Oude tijd.
De oude tijd was een individualistische
wereld, de nieuwe daarentegen een sociale. In de oude wereld was de eigendom een
onaantastbaar heilig recht van de individueele mens, de nieuwe wereld kent het
individuele eigendomsrecht slechts als plicht tot zijn gebruik ten dienste der
Volksgemeenschap. Tegenover het “ieder voor zich” als strijdroep der oude
wereld heft de nieuwe den haren aan: “allen voor allen”. Het is de geborgenheid
van den individueelen mensch in de gemeenschap, waartoe hij krachtens zijn
wezen en natuurlijke gesteldheid behoort, in plaats van den eenzamen mensch,
die alleen op zichzelf is aangewezen. De zorg der gemeenschap voor misdeelden
en zwakken draagt niet het karakter van armenzorg of liefdadigheid, maar van
een socialen rechtsplicht, op welks vervulling een aanspraak bestaat. In de
nieuwe wereld worden recht en plicht van den mensch tot arbeid ten dienste der
gemeenschap erkend. Het ideaal der oude wereld was de bevrijding van den mensch
van het staatsgezag. In de nieuwe wereld staat een autoritaire regering in
dienst van het volksgeheel, hier wordt de staat erkend als de voorwaarde voor
de mogelijkheid van s’mensen vrijheid, die alleen in en door de vrijheid der
Volksgemeenschap, wleke de staat dient, bestaat, zodat de staat de vrijheid van
de mens niet beperkt, maar schept en verzekert. De gezagsverhoudingen was in de
oude wereld veelal een uiterlijke betrekking van bevelen en gehoorzamen zonder
innerlijke band, in de nieuwe wereld staat de gezagsverhoudingen uitsluitend in
teken van trouw en vertrouwen van beide zijden. (Beginselen van nationaal
socialisme, door dr. J. H. Carp).
Groen van Prinsterer, Dr. Kuyper en Mussert, door J.H.H.
Wamelink. ‘Open brief’ van een christelijk arbeider, brochure. Mussert werd nadrukkelijk in plaats van Colijn Groens
erfgenaam genoemd. Over Groen van Prinsterer werd al vóór de oorlog, in
1935, van NSB zijde gesproken als ‘wegbereider’ van het nationaal
socialisme. Het zat trouwens vooral vóór 1940 in de NSB lucht om zich
nadrukkelijk christelijk te verklaren. Ook Abraham Kuyper werd als
autoriteit aangehaald en vooral in verband met zijn anti-joodse en pro-Duitse
uitlatingen grif geciteerd.
“Waar de zonde woont, is het gezag een zegen, vrijheid
zonder gezag een vloek. Dit gezag is waarborg tegen de vrijheid van de
bozen, om al wat hun goeddunkt te verrichten; waarborg ook voor de vrijheid
van de welgezinden, om te doen, wat met plicht en recht overeenkomt”.
(Groen van Prinsterer, blz. 14). Al waren
de mensen die het democratisch systeem maakten wel karaktervast, dan nog
was het beginsel van ‘de meerderheid beslist’ verkeerd. Meijer (Arnold
Meijer, Zwart Front) beriep zich hierbij op de negentiende-eeuwse staatsman
Groen van Prinsterer, die stelde dat het gezag er moest zijn om de mensen
van de overlast der meerderheid te bevrijden.
“Wanneer een dwaas regeringssysteem, gebaseerd op het egoïsme en de heerszucht van de mensen, ongetelde duizenden in de diepste duisternis laat leven aan de rand van de ondergang, wanneer er geen arbeid meer is voor de volwassenen, geen toekomst voor de jeugd en geen bestaanszekerheid voor de ouderdom, dan is er geen vrede mogelijk, maar leeft dit volk inwendig in oorlog en dus in staat van ontbinding”. (Waarom Mussert, blz. 23).