
Weerafdeling
Mussert: De W.A. is opgericht in 1932
met geen andere bedoeling dan een voorbeeld te zijn voor de weerbaarheidsgedachte
van ons Volk. Sinds 1920 was de weerbaarheidsgedachte van ons Volk systematisch
ondermijnd, eerst door de leuze “Nooit meer oorlog”, daarna door die van “geen
man en geen cent” en “Indië los van Holland”. Voor Indië kon geen vloot gebouwd
worden, voor Nederland achtte men een “grenswacht” of een bescheiden
“volkenbondcontingent” voldoende. De wil tot verdediging van het Vaderland met
alle krachten, welke men kon mobiliseren, werd verlamd. Om deze verderfelijke
tendens te keren was een Beweging nodig, voortkomend uit de brede massa
van het Volk, welke duidelijk in het
licht zou stellen, dat het Vaderland niet alleen toebehoorde aan de bezittende
klasse, maar tenminste evenzeer aan de arbeiders van hoog tot laag, die het
Vaderland in stand hielden. In het program van de NSB van 1931 is de
weerloosheid veroordeeld in deze uitspraak, dat het in deze wereld beter is een
egel te zijn dan een konijntje. De weerbaarheidsgedachte te versterken, de wil
tot dienen van het Vaderland te vergroten, ziedaar een stuk van de nationale
gedachte, welke door de oprichting van de NSB tot uiting is gebracht. Dit deel
van het program van de NSB zou in de daad worden omgezet, door de jongere
mannelijke leden van de NSB te leren, dat het dienen ereplicht is, welke met
vreugde vervuld moet worden. De weerbaarheid door middel van wapenen moest
natuurlijk geheel voorbehouden blijven aan de staat. Het lichamelijk weerbaar
zijn, de orde, tucht en discipline in de gelederen van de NSB zou dan tevens
dienen om onze politieke tegenstanders van uiterst links te weerhouden van de
zo geliefde pogingen om door middel van geweld onze bijeenkomsten onmogelijk te
maken of te doen “springen”.
In augustus 1941 kwam er voor mannelijke
NSB’ers van achttien tot veertig jaar zelfs de dienstplicht voor de W.A. Zij
dienden daarvoor wel een medische keuring te ondergaan. De beoogde toename van
W.A.’ers slaagde niet helemaal; velen weigerden om toe te treden.
Schouderstukken
Organisatie
Een ban van de W.A. stond onder bevel
van een banleider, onderbanleider of opperhopman en bestond uit een staf en 3
of 4 vendels. Elk Vendel bestond uit een vast aantal W.A.’ers (tijdens de
oorlog ongeveer 120 man). Elk vendel had
een eigen Stormvlag of Vendelvlag met daarop het stedelijk gewestelijk of
provinciaal wapen. Een vendel stond onder bevel van een opperhopman, hopman, of
opperkompaan en bestond uit twee groepen. Een groep stond onder bevel van een
opperkompaan of kompaan en bestond uit twee scharen. Een schaar bestond uit
twee wachten, waarvan de een onder bevel stond van een vaandrig (tevens
schaarcommandant), de ander onder een opperwachtmeester of wachtmeester. Tot
een wacht behoorden voorts negen weermannen, waarvan een de rang van konstabel
kon hebben.

Luitenant-kolonel J.A. Mussert,
broer van Anton Mussert, was commandant van het korps Pontonniers en Torpedisten
te Dordrecht. Gedurende de oorlog was hij commandant van het kantonnement
Dordrecht. Op 14 mei 1940 heeft hij zich met zijn staf terug moeten trekken op
de plaats Sliedrecht, toen plotseling twee officieren zijn bureau
binnenstormden. Zij beschuldigden hem van verraad, waartegen de Overste zich
met verontwaardiging verzette. Eén van de officieren, een zekere Kruithof,
heeft toen met vier revolverschoten de Luitenant-kolonel doodgeschoten.

Mouwband “Overste Mussert”, ± 40 x
3,5 cm.
In de Almanak 1943 van de NSB staat o.a. te lezen: “Op
30 Lentemaand 1941 werden in Den Haag de eerste W.A. bokswedstrijden gehouden,
terwijl op diezelfde dag een afvaardiging van het Vendel “Overste Mussert”
deelnam een klein kaliber schietwedstrijden, die door de SS Standarte “Der
Führer” waren georganiseerd”.
Er werden kaderscholen opgericht, de eerste in Terborg,
waar leden van de W.A. één of twee weken militaire scholing zouden krijgen. Een
tweede kaderschool werd geopend in Deurne.

De W.A. kende verschillende
onderdelen die in een later stadium bewapend zouden worden, maar zover is het
nooit gekomen. In een dienstvoorschrift staat het volgende over de bewapening:
W.A. Normale
weerafdeling, bewapend met karabijn. Hiervoor zijn beschikbaar karabijnen met
omklapbare bajonet (ex-rijksveldwacht).
STOWA, Stootafdeling W.A. Bewapening;
Messerschmidt machine pistool. Waarschijnlijk ook schokbuis handgranaten.
MOTWA. Gemotoriseerde afdeling. Bewapening,
zie STOWA.
POWA. Mannen van de politieke organisaties,
die ingedeeld zijn als de z.g.n. reserve W.A.
Zij zijn bewapend met pistolen.
NSKK.
Omstreeks 10 januari 1941 namen de eerste Nederlanders in enigermate georganiseerd verband dienst in het NSKK. Op 20 januari 1941 werden de eerste contracten getekend. Uit het strijderskern van W.A. mannen is het regiment Motor-W.A. bij het NSKK gegroeid. Leider was banleider Eman. Vele mannen telde de motor-W.A. bij het NSKK Motor-gr. Luftwaffe. (De Noord-Ooster, 21 januari 1943).
Mussert Compagnie
Hierin zaten W.A. mannen bij de Luftnachrichtentruppen in België. (12 augustus 1941, de Noordooster). Op 11 augustus bracht Mussert op uitnodiging van generaal en bevelhebber in de Luftgau België en Noord-Frankrijk, General der Flieger Wimmer, een driedaags bezoek aan België om zich van de opleiding van de W.A. mannen in België, die bij het NSKK en Luftnachrichtentruppen dienen, op de hoogte te stellen.
Zij, die op de gepleegde gewelddadigheden de aandacht
vestigen, vergeten te vermelden, dat door de W.A. niemand het leven verloren
heeft, doch dat door gewelddadigheden tegen de W.A.-leden een reeks van mannen
gedood is. Zij vergeten ook hoeveel goeds de W.A. gedaan heeft in haar behoefte
om ons Volk te dienen in zijn grote nood. De W.A. werd daarom door sommige
spotters wel het Leger des Heils genoemd.
J.
Hogewind was belast met de organisatie van de W.A en J.J. van der Hout werd
vormingsleider . In 1940 werd J.A. Zondervan commandant. Op 16 juni 1945 werd de leider van de W.A. in Nederland mr.
J.A. Zondervan gearresteerd. Vermomd als Obergefreiter Albert Lütter was
hij in het krijgsgevangenkamp te Beerta aangekomen om van daaruit naar
Duitsland te worden getransporteerd. Een Nederlandse SS’er herkende en
verraadde hem.
Uniformen. Het
dragen van zwarte uniformen,dito rijbroeken en koppelriemen werd vanaf
begin 1933 mode in de NSB, terwijl voor de W.A. reeds een volledig zwart
uniform ontworpen werd. De keuze van zwart i.p.v. het bruin der nazi’s mag
niet uitgelegd worden als een uiting van voorkeur voor het Italiaanse boven
de Duitse zusterbeweging: beide waren Mussert in die tijd even lief; men
vond zwart eenvoudig mooier en waarschijnlijk ook beter aansluitend bij de
uniformen traditie (de gelijkenis tussen de W.A. kleding en de
politieuniformen kon aan de ‘weermannen’ een soort aureool van
gezagsdragers geven). Aan het uniformgedoe kwam echter al vroeg een einde:
een op 15 september 1933 afgekondigde wet verbood ‘in het openbaar dragen
van kledingstukken of opzichtige onderscheidingstekenen uitdrukkende een
bepaald staatkundig streven’. Na die tijd werden de W.A. uniformen en
zwarte hemden nog slechts binnenshuis gedragen. Pas in de bezettingsjaren
verviel het ‘uniformverbod’ en toen konden de mode ontwerpers van de NSB
zich op grote schaal gaan uitleven: een enorme verscheidenheid van zwarte
uniformen met blauwe, rode en groene spiegels op de revers, met
honderdvoudig gevarieerde epauletten en met reeksen onderscheidingstekens
op kraag en mouwen was de vrucht van hun inspanningen.


Oud model W.A. veldmuts Duits model W.A. veldmuts W.A. pet
(rode bies door mot aangetast)
Hiernaast: Een overhemd van de W.A. Dit is een bijzonder model
overhemd. Zo is het rugpand langer dan het voorpand. In het rugpand zitten
twee knoopsgaten en in het voorpand vier knoopsgaten. Aan de binnenkant van
de broek zaten aan de achterkant twee knopen en aan de voorkant vier
knopen. Het overhemd werd zo aan de broek vastgeknoopt en bretels waren dan
overbodig. Mogelijk is dit van oorsprong een bruin overhemd geweest van
de S.A.

Hulpagent.
De burgemeester van Rotterdam en zijn
hoofdcmmissaris Roszbach laten begin november 1941 na de pers weten dat- met
instemming van de Duitse autoriteiten- geuniformeerde W.A. leden in bijzondere
gevallen ter ondersteuning van de politie zullen worden aangetrokken. Op 21 mei
1942 vaardigt rijkscommissaris Seyss Inquart een verordening uit waarin de
Vrijwillige Hulppolitie wordt aangekondigd. De hulptroepen moeten de reguliere
politie gaan ondersteunen bij de bestrijding van rampen en haar in bijzondere
gevallen van handhaving van orde en veiligheid bijstaan. De vrijwilligers komen
onder bevel van de commandant van de Nederlandse politie te staan. Het uniform
van de hulpagent wijkt enigszins af van dat van de politie. Hij krijgt een
veldmuts en om zijn linkermouw van het zwarte tuniek een rode armband met een
schildje in oranje-wit-blauwe (NSB) kleuren. De hulppolitie was een NSB groep.
Richtlijnen voor de
politie. Begin november 1940 uitgegeven en eind januari 1941 nog wat
gedetailleerder gemaakt, werden aan elke politieman en W.A.-man uitgereikt.
In deze richtlijnen stond hoe op te treden bij relletjes en dateren van 27
januari 1941.
De Zwarte Soldaat.
Weekblad van de Weerafdeling (WA) van de NSB. Afgestemd
op de eenvoudige lezer. Vooral gevuld met nieuws over de WA. De algemene
artikelen zijn interessant om hun sterk nationalistische, zelfs hardnekkig
Dietse strekking. Trouw aan Mussert, soms merkbaar anti-SS.
Gerardus L. Mooyman. Begin
1943 krijgt Mooyman, uit Voorburg, als de eerste Nederlander het
Ridderkruis van het IJzeren Kruis. Voor de Duitse wervingspropaganda alsook
voor nationaal socialistische bladen als Het Nationaal Dagblad, Volk en
Vaderland en Storm SS wordt Mooyman de personificatie van het Nederlandse
soldatendom. De
jonge SS-Sturmmann nam als stukscommandant van een pantserafweerkanon deel
aan gevechten bij het Ladagameer, vlak bij Leningrad. Al eerder had hij het
IJzeren Kruis Tweede en Eerste Klasse verdiend door het vernietigen van
enkele Russische tanks. Maar op 13 februari 1943 wist hij maar liefst
dertien vijandelijke pantservoertuigen buiten gevecht te stellen. Hitler
beloonde hem daarvoor met het Ridderkruis, dat hem tijdens een kleine
plechtigheid, vlak achter het front, werd opgespeld. Zijn verhaal stond
diezelfde week nog in alle frontkranten. Mooyman was in één klap beroemd.
Al op 25 februari werden in het blad De Zwarte Soldaat kameraden en
kameraadskes opgeroepen om felicitatiebrieven aan Mooyman te schrijven. Op
30 maart 1943 ontving Mussert Gerardus Mooyman op het hoofdkwartier .

De
Zwarte Soldaat van 25 februari 1943
Op 16 oktober 1947 werd Mooyman
veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf. Maar met ieder jaar dat de oorlog
verstreek, werden de opvattingen milder en de regels soepeler. September 1949
openden zich de gevangenisdeuren voor Mooyman en hij vertrok naar Groningen
waar hij spijt bekende en zich aan de atletiek ging wijden. Eind jaren tachtig
overleed Mooyman aan de gevolgen van een auto ongeluk.
De zang.
Een nieuw element doet zijn intrede in het
organisatiewezen: De zang. Melchert Schuurman, zelf slachtoffer van de terreur,
trekt in opdracht van den Leider het land door en brengt Nederland aan het
zingen. Wat aan de Volkszangverenigingen niet gelukte, lukt aan de Beweging wel.
Overal klinkt weer het Nederlandse lied, afgewisseld met de
nationaal-socialistische strijdliederen, die spreken van geloof, van strijdlust
en vertrouwen. Nieuw leven ontwaakt overal: De NSB marcheert verder, de aanval
wordt hervat (Voor Volk en Vaderland ’43)
Er werden
verschillende LP’s uitgegeven met allemaal dezelfde hoes.

Zoo zingt de NSB was één van de vele zangbundels die
door de NSB werd uitgegeven. In deze bundel zijn twintig mars- en
strijdliederen opgenomen, waaronder vooral WA liederen. Het zangboekje kreeg
als motto mee: ‘Gelooft in datgene wat ge zingt en ge zult overwinnen’.
De WA zingt – Wij
melden U den nieuwen tijd. Zangbundel nummer 3. In die tijd deed de NSB ook aan marketing
want iedere weerman was verplicht om het lied; “Die Stem van Suid-Afrika”
te kennen. Dit lied stond echter in de zangbundel nummer 2. Zangbundel 2
moest dus eerst verkocht worden aan nieuw toegetreden WA mannen. Iedere WA man was verplicht om een exemplaar van zangbundel
nummer 3 te kopen voor 10 cent. Voor elk volgend exemplaar moest 20 cent
worden betaald. In de vrije verkoop moest ook 20 cent worden betaald. Daarnaast twee mini boekjes van Winterhulp Nederland. Deze
boekjes werden uitgegeven bij de collecte van januari 1944. Dit zijn de
delen I en II van “Volksliederen.” De NSB zag het zingen als propaganda voor de beweging maar
vooralsnog liepen alleen kinderen met de muziek mee.

Afstandmarsen.
Een beproefd middel om bij vriend en vijand op te vallen
was het afleggen van afstandmarsen. Er is in die jaren heel wat afgelopen. De
regie was in handen van de WA en aan het einde wachtte, afgezien van de blaren,
meestal een herinneringsmedaille. Er waren de jaarlijkse afstandmarsen, bloembollenmarsen,
kerstmarsen en nog veel meer.