
In
juli 1941 werd de Nederlandse Volksdienst opgericht, naar voorbeeld van de
National Sozialistische Volkswohlfahrt in Duitsland. Al het sociale werk
dat in ons land werd verricht, moest worden samengebundeld in de NVD. Als
onontkoombaar gevolg van de Nationaal Socialistische rassenleer, kwamen
gehandicapten en bejaarden niet voor verzorging in aanmerking. De NVD gaf
alleen hulp aan het erf- biologische gezonde gezin omdat het was geschoeid
op ideologisch racistische leest. Zieken werden wel geholpen, mits zij
‘ariër’ waren. Het
ging de bezetter om de nazificering van het sociaal maatschappelijk werk.
Daarom was hulp aan het NVD en WHN, in welke vorm dan ook, in feite hulp
aan de vijand. Onder: Wervingsfolder van de Nederlandse Volksdienst. “De Nederlandsche Volksdienst heeft als voornaamste taak de
noodtoestanden, die nog in breede kringen in het Nederlandsche Volk
heerschen, op te heffen en bij te dragen tot de gezonde ontwikkeling van de
tegenwoordige en komende generaties door doeltreffende maatregelen op het
gebied van de volksverzorging.”

Draagspeld

Oproep tot het
bijwonen van een bijeenkomst van het NVD.
Update; 24 februari
2013

Bonnen
Centrale Keuken.
Maaltijden uit de Gemeentelijke Centrale
Keukens waren niet bonvrij, bovendien had men daarvoor een kaart nodig die werd
verstrekt door de Nederlandsche Volksdienst. De deelnemer voor de Centrale
Keuken, hierboven afgebeeld, moest Fl. 0,10 betalen per maaltijd.
Legitimatiebewijs
van een voormalige medewerker van de Nederlandse Volksdienst. Het
legitimatiebewijs bleef eigendom van de NVD en moest, na te zijn ontslagen,
worden ingeleverd.
Update: 3 augustus 2012
Nationalsozialistischer Volkswohlfahrt. De in Nederland verblijvende Duitsers konden een beroep doen
op hun eigen Volkswohlfahrt, die ook in Nederland actief was. In Duitsland maakte de Volkswohlfahrt bij collectes gebruik
van eigen collectebussen. De afgebeelde collectebus heeft dienst gedaan in
“Gau Süd Hannover - Braunschweich”. De bus is gemaakt door M. Westermann & Co, Neheim.



De stichting Winterhulp Nederland (WHN) werd opgericht op 22
oktober 1940. WHN was bedoeld om ‘behoeftige Nederlandse staatsburgers
zonder aanzien des persoons hulp en ondersteuning te verschaffen’. Rost van
Tonningen was een der leden van het ere comite en de directeur van WHN,
Carel Piek, stond als pro-duits bekend, ook al was hij geen nationaal
socialist. Carel Piek, was secretaris generaal van het
Nederlandsche Roode Kruis, lid van de Germaansche SS en landelijk leider
van de Winterhulp. Zijn opvolger, Van Vloten, was wel aangesloten bij de
NSB. Organisatie Winterhulp. De provincies werden in buurtschappen verdeeld met
aan het hoofd een vrijwillige leider, die direct aan het provinciale bureau
ondergeschikt was. De buurtschappen omvatten maximaal 10.000 inwoners. Elke
buurtschap werd onderverdeeld in 10 wijken à 100 personen, elke wijk
wederom in 10 blokken. Hiernaast: Het eerste affiche van Winterhulp Nederland. Gedrukt
in twee formaten; 125 x 88,5 cm; 64 x 46 cm. Afgebeeld het grootste
formaat.

De nadruk werd gelegd op het
Nederlandse karakter van Winterhulp en het ontbreken van vreemde invloeden.
Overigens wel een weinig misleidend, wanneer men weet, dat de statuten,
richtlijnen eninstructies bij Winterhulp Nederland een woordelijke
vertaling waren van de overeenkomstige stukken van de Winterhilfe, terwijl
ook de administratie, organisatie en propaganda klakkeloos van de Duitse
instelling zijn overgenomen. Een vreemde indruk maakt het eveneens, dat reeds
vóór de oprichting van de stichting bij Sieper & Sohnein Duitsland ruim
vijfhonderd duizend “molentjes” – speldjes waren besteld, welke voor de
eerste collecte zouden dienen; deze zijn echter nimmer het publiek
aangeboden, omdat zij aan de achterzijde de kenletters van de Winterhilfe
droegen, waardoor het “Nederlands karakter” in twijfel zou kunnen zijn
getrokken

Afbeelding
boven: “Voorlichtingsblad
van de Winterhulp Nederland en van den Nederlandschen Volksdienst”.
Februari 1942.
Scholingsorgaan
Bus
winterhulp. Het 1e model heeft het grote klaverblad
erop geschilderd, het latere heeft een kleinere vorm erin gestanst. Ook
werden er bussen gebruikt van het Duitse model met alleen de letters WHN er
in gestanst (onder rechts). Het model links heeft een mintgroene klaverblad
met zwarte letters.

Oproep gemeente Bussum om zich als
collectant te melden.
De ‘Winterhilfe’ was van a tot z een politieke zaak.
Mensen die steun krijgen van kerkelijke of andersoortige sociale instellingen
voelen zich automatisch verbonden met die instellingen. Daarmee hebben deze in
zekere zin ideologische macht over die mensen. In een dictatuurstaat mag maar
één groep ideologische macht bezitten en dat was in nazi-Duitsland de NSDAP.
‘Winterhilfe’ was een onderdeel van het beleid dat tot gelijkschakeling van de
maatschappij moest leiden. Het Nederlandse equivalent ‘Winterhulp’ was exact
zo’n nazi instelling.
De collectanten droegen onderstaand collectanten speldje.

Brochure, cursus, twaalfde les, juni 42
Er kwam een schriftelijke, wekelijkse cursus waarin geleidelijk alle stof zou worden behandeld. Deze wekelijkse lessen waren bedoeld als instructieve mededelingen, die goed bewaard en in de juiste volgorde opgeborgen dienden te worden. Dit langzaam groeiende leerboekje bleef het eigendom van het provinciale bureau Winterhulp. Het ging om een dertigtal wekelijkse lessen en zou per 1 oktober 1942 in het bezit moeten zijn bij de medewerkers. Hiermee werd het fundament gelegd om geheel zelfstandig te kunnen werken.
Door de leiding van Winterhulp in goede handen te
houden, hoopte men er nog een sterk Nederlands stempel op te kunnen drukken.
Maar dit was allerminst de bedoeling van onze ‘beschermers’. Naar het Duitse
voorbeeld moest de Winterhulp een stuk nazi-propaganda worden. De bevolking had
dit al gauw door en de illegaliteit gaf het sein voor een tegenoffensief.

Donaties waren altijd welkom
Het pamflet
‘Winterhulp is daad!’, is een oproep om toch vooral gul te geven.

Update; 24 februari 2013
Folder, links: Oproep tot het geven
van een gift aan Winterhulp Nederland, eind 1941. Er staat o.a.:
“Na den eersten October zult U weer onze bussen hooren
rammelen. Lijstencollecten zullen onze kasmiddelen versterken, maar daarnaast
vertrouwen wij op ruime giften van hen, wier levensomstandigheden en bedrijven
zulks mogelijk maken” (De Directeur-Generaal Piek)
Hieronder: Een brief van WHN uit oktober 1941. Ook hierin een oproep
tot steun aan de minder bedeelde landgenoten. Bijgevoegd werd het affiche hier rechts afgebeeld. Hierin
vraagt WHN ½% van het loon/salaris van de
werknemers van het aangeschreven bedrijf.

Afm.: 49 x 32 cm.
Waardebonnen Winterhulp
Winterhulp Nederland gaf waardebonnen uit waarmee de
begunstiger levensmiddelen, kleding, schoeisel en brandstoffen kon kopen. De
waardebonnen moesten door alle winkels en handelaren als betaling worden
aangenomen. Het was ten strengste verboden de bonnen tegen contant geld in te
wisselen.
Mensen die na toetsing door WHN voor de waardebonnen in
aanmerking kwamen, konden de bonnen afhalen op de bureaus van de organisatie of
ze werden thuis gestuurd. De bonnen werden in verschillende waarden uitgegeven.

Hiernaast: “Ingesloten doe ik U toekomen een bedrag van f 5, - aan waardebons, welke U in
betaling kunt geven bij brandstoffenhandelaren, levensmiddelen- en textielwarenwinkels.


Update; 24 februari 2013
Waarheen gaat het geld van de
Winterhulp
Veel
mensen hadden zo hun twijfels of het geld dat Winterhulp inzamelde wel op de
juiste plek terecht kwam. Men dacht dat alles rechtstreeks naar Duitsland zou
gaan. De organisatie kwam daarom met een brochure, waarin uit de doeken werd
gedaan waar het geld bleef.
WHN
lot.
Voor een collectant werd vaak de neus
opgehaald, terwijl de verkoper van loten van de grote Winterhulp-staatsloterij
op de nodige klandizie kon rekenen. Hier won de goklust het van de principe
(geen geld te geven voor WHN). De gehele bezetting door bleven de loterijen
populair en verschaften de Winterhulp aanzienlijke inkomsten. De prijs van een
lot was met opzet laag gehouden (50 cent), om iedereen in staat te stellen één
of meerdere loten te kunnen kopen. Kopers van een lot vernamen bij het openen
van de enveloppe of ze een prijs hadden gewonnen. Bedragen van Fl. 10,- en
minder werden direct uitbetaald. In december 1941 vond voor de eerste keer een
extra premietrekking plaats in het Lotisico-gebouw te Den Haag. De hoofdpremie
van Fl. 5.000, viel op serie C. 148364. Na afloop maakt de propagandaleider van
de Winterhulp bekend dat in Amsterdam en Den Haag de meeste loten waren verkocht
met Arnhem als goede derde.


Afbeelding links: Winterhulp lot 1943. Ook op dit lot is geen prijs gevallen.
Het lot is aan de achterkant zwart. Anders zou men het lot tegen het licht
kunnen houden en zo kunnen zien of er een geldprijs op is gevallen. Het lot
moest van een touwtje worden getrokken, daarom zitten er perforatiegaatjes
in. Afm. 22,3 x 23,7 cm.

Speldjes
De noodlijdende gebieden in Duitsland moesten voor alles van de daar bijzonder grote werkloosheid verlost worden. Veelal waren dit vroeger grensgebieden, waarvan de economische bedrijven zich in de loop der jaren meer naar het binnenland hadden verlegd. Zo ontstonden hier plaatselijke en provinciale industrieën, die door de economische crisis volkomen braak lagen. Het Winterhulpwerk liet vooral in deze gebieden zijn collecte-speldjes vervaardigen. Ze werkten als middel om de offervaardigheid te stimuleren en waren tegelijk kleine kunstwerken. Halfedelstenen waren geschikt om tot kleine broches omgewerkt te worden. Andere speldjes, zoals de afbeelding van kastelen werden vlijtig verzameld. Weer andere speldjes lieten de bevolking kennis maken met geneeskrachtige planten. Zo werden rond 1,3 miljard van deze kleine kunstwerken door het Winterhulpwerk verkocht en de provinciale industrieën in het bijzonder wedijverden met elkaar in het doen van nieuwe voorstellen voor uitvoering van speldjes. Terwijl nog in het jaar 1933 en 1934 3,2 miljoen van deze speldjes genoeg waren voor heel Duitsland, zijn in het eerste oorlogswinterhulpwerk meer dan 200 miljoen speldjes verkocht.
|
Speldjes/thema |
Uitgifte |
Bijzonderheden |
|
Molens |
29 en
30 november 1940 |
Tussen
de 2 en 6 stuks zijn uitgegeven. Lichtgevend. Kunststof en metaal. |
|
Sprookjes |
27 en
28 december 1940 |
Kunststof,
zie afbeelding. |
|
Verkeersborden |
14 en
15 februari 1941 |
Kunststof,
zie afbeelding. |
|
Schepen |
28
februari en 1 maart 1941 |
Dun
metaal, koper- en zilverkleurig, rond en ovaal. 5 stuks: Vikingschip,
Oostindiëvaarder, mailboot, vlaggeschip van Michiel de Ruyter, schoener. |
|
Bloemen |
2 en 3
mei 1941 |
Waarschijnlijk
3 stuks; narcis, sneeuwklokje en tulp. Metaal. |
|
Provinciewapens
en het wapen van Amsterdam. |
17 en
18 oktober 1941 |
Kunststof,
zie afbeelding. |
|
Bekende
gebouwen. |
14 en
15 november 1941 |
Terracotta
(steen) speldjes. |
|
Kerstmis |
22 en
23 december 1941 |
Hout,
zie afbeelding. |
|
Verkeersborden |
23 en
24 januari 1942 |
4
metalen speldjes; Parkeerverbod, aangegeven rijrichting, Eén richtingsverkeer
en verboden in te rijden. |
|
Historische
figuren |
27 en
28 februari 1942 |
Papieren
plaatje op hout, zie afbeelding. |
|
Bloemen |
20 en
21 maart 1942 |
Waspapier,
5 stuks; anemoon, korenbloem, anjer, viooltjes en een driekleurig viooltje. |
|
Molens |
17 en
19 oktober 1942 |
Aantal
onbekend. |
|
Klederdrachten |
21 en
23 november 1942 |
Hout,
10 stuks; Drente, Volendam, Urk, Brabant, Hindeloopen, Overijssel, Marken,
Axel, Walcheren en Scheveningen. |
|
Kerstmis |
23 en
24 december 1942 |
7
stuks, metaal, zie afbeelding. |
|
Dierenriem |
16 en
18 januari 1943 |
Hout,
zie afbeelding. |
|
Vogels |